De staat van Amerika

Hoe kapitalistisch is Wall Street als het erop aankomt? De kredietcrisis, die nu al meer dan een jaar voortwoekert, geeft tot nu toe een gemengd beeld. De zakenbank Bear Stearns is inmiddels ter ziele en voor een prikje ingelijfd door de bankgigant JP Morgan Chase. En vorige week werd de Californische bank IndyMac niet gered toen deze omviel na een klassieke run van rekeninghouders. Op deze twee voorbeelden van laissez faire valt nog het nodige af te dingen. JP Morgan handelde in wezen op instructie van het Amerikaanse ministerie van Financiën en kreeg daarbij uitgebreide garanties van de overheid. En de rekeninghouders bij IndyMac worden vrijwel geheel schadeloos gesteld.

Voor de rest is de staat ook in de Verenigde Staten onmisbaar gebleken bij het overeind houden van de financiële sector. Banken kregen uitgebreide kredietlijnen van de centrale bank, die werden uitgebreid tot branches die daar voorheen geen beroep op konden doen. En de officiële rente werd sterk verlaagd om de banken te steunen, ook al ging dat ten koste van het beteugelen van de inflatie. De financiële sector is voor de samenleving te belangrijk om in nood aan zijn lot over te laten, en dat heeft geleid tot een onwenselijke asymmetrie: als er winst wordt gemaakt, dan is die voor de deelnemers, maar de verliezen zijn voor de maatschappij als geheel.

In dat licht moet ook het gisteren door het Huis van Afgevaardigden aangenomen reddingsplan voor Fannie Mae en Freddie Mac worden gezien. Deze twee instellingen die samen bijna de helft van alle Amerikaanse hypotheken bezitten of garanderen, raakten de afgelopen weken diep in de problemen. Om te zorgen dat zij niet omvallen, met als gevolg dat zij geen nieuwe hypotheken zouden kunnen verstrekken en de huizenmarkt verder in het slop zou raken, opent de Amerikaanse overheid een ongelimiteerde kredietlijn voor de twee. De kosten worden geraamd op 25 miljard dollar (16 miljard euro), maar kunnen veel verder oplopen. Overigens is inmiddels de meest flagrante vorm van speculatie met de aandelen in beide instellingen verboden.

Niets doen zou een diepe crisis veroorzaken, en daarom is de ingreep onvermijdelijk. De vraag blijft hoe ver de overheid moet gaan. Dat hangt samen met een veel breder fenomeen. Het aandelen- en huizenbezit in de VS, en ook in Europa, is de laatste decennia zodanig toegenomen dat fluctuaties op de beurzen en de onroerendgoedmarkten een doorslaggevend effect hebben gekregen op de economie.

Al in de loop van de jaren negentig, en zeker na het uiteenspatten van de internetzeepbel, is Wall Street ervan overtuigd geraakt dat de overheid en centrale bank zullen ingrijpen als de koersen te ver dalen. De extreem lage Amerikaanse rente van 1 procent aan het begin van deze eeuw had dat ook uitdrukkelijk als doel. Juist die vorige noodmaatregel heeft vervolgens de kredietverlening op de woningmarkt veel te sterk aangewakkerd. De ene zeepbel is vervangen door de andere. En de staat schiet wederom te hulp, in wat in naam het meest kapitalistische land ter wereld is.