De Japanners van het hoge Noorden

The Hives, Ane Brun, Sigur Rós. Waarom zijn bands uit Scandinavië zo populair?

Muziekonderwijs, lange winters en een gezonde handelsgeest.

. Ze zijn altijd goed gekleed – zelfs tot in de trailer achter het podium. Vandaag dragen ze zwarte broeken met daarop zwart-wit geblokte blouses. Straks, als ze op het podium van Pinkpop staan, zullen ze een zwart pak dragen, met witte sneakers en een zwart-wit gestreepte stropdas. Alleen het logo is rood.

De Zweedse band The Hives doet dit jaar twee grote Nederlandse festivals aan: Pinkpop en Lowlands. Op het festival in Biddinghuizen zullen ze nog eens worden geflankeerd door een reeks artiesten uit het hoge Noorden, onder wie Ane Brun uit Noorwegen en Sigur Rós uit IJsland. Want Scandinavische, en vooral Zweedse, popmuziek is populair.

Dat blijkt ook op Pinkpop. The Hives staan op het verre podium, maar trekken desondanks duizenden mensen. Zanger Pelle Almqvist bespeelt hen met de nodige arrogantie; hij jut hen voortdurend op, maar weet hen ook met één armzwaai en een nijdig gespuugd „sssstttt” het stilzwijgen op te leggen.

Het succes van de Zweden schuilt in de melodie. Dat zegt iedereen die je ernaar vraagt en dat zeggen ook de leden van The Hives. Almqvist: „Zweden maken melodieën zoals Zwitsers horloges maken.” En dan lachend: „Iedere Zweed kan een liedje maken.”

De Abba-formule noemen de Zweden het zelf. Dat viertal scoorde in één decennium tientallen hits: van Waterloo, hun doorbraak op het Eurovisiesongfestival in 1974 tot Thank you for the music, hun gloedvolle afscheidslied in 1983. De muziek kenmerkt zich door sterke composities, goede harmonieën, mooie arrangementen en een technisch goed geluid. Desondanks klinkt het simpel, bedrieglijk simpel.

Het zijn deze eigenschappen die de Zweedse popmuziek kenmerken. Die muziek verschilt eigenlijk weinig van het eveneens geroemde Scandinavische design: beide zijn recht voor z’n raap, ontdaan van alle franje en gaan jarenlang mee.

De melodieuze inborst van de Zweden lijkt een vaststaand gegeven. Almqvist zegt: „We pikken trends snel op. Daar gieten we vervolgens een melodieus sausje over en dan klinkt het ineens Zweeds.” Zijn broer, gitarist Niklas Almqvist die met een ingespannen blik een knoop aan zijn blouse naait, zegt zonder op te kijken: „Wij zijn de Japanners van het Noorden.”

Die melodie wordt er overigens al op vroege leeftijd in geramd. Op de meeste Zweedse basisscholen is muziekonderwijs een verplicht vak; ieder kind leert er een instrument bespelen. Christian Grahn bijvoorbeeld, moest trombone leren spelen. „Maar hij was nog te klein en zijn armen waren te kort om de hoogste tonen te halen, dus ging hij drummen”, slaat Pelle zich lachend op de knieën.

Drummen bood de jonge Grahn wel een uitvlucht. Want in het 12.000 inwoners tellende stadje Fagersta in het midden van Zweden, waar het gedurende de helft van het jaar ook nog eens het grootste deel van de dag donker is, viel weinig te beleven. Dan kunnen jongens eigenlijk maar twee dingen, zeggen de leden van The Hives. Sporten of musiceren. Zij kozen voor het laatste en betrokken, dertien jaar oud – een gitaar en een drumstel onder de arm –, de kelder onder hun school.

De melodie draagt niet alleen bij aan het Zweedse succes. Een andere factor is dat de meeste Zweedse zangers in het Engels zingen – ook dat leren ze al vroeg op school. Die gedegen kennis van de Engelse taal maakt niet alleen een internationale doorbraak makkelijker, het bespoedigt ook het succes in eigen land, waar iedereen het Engels machtig is.

Dat ligt in andere landen wel anders. Drummer Christian Grahn sprak zo even, voor de trailer, nog een Franse rocker die zei moeilijk succes in Frankrijk te boeken omdat zijn band in het Engels zingt.

Waren The Hives in Amerika geboren, dan hadden ze dezelfde muziek gemaakt, zeggen ze. Maar dat is niet waar. Want in de rockmuziek van The Hives hoor je wel degelijk hun Zweedse afkomst: liedjes met een melodie, een couplet en een refrein. De gitaren klinken zelfs opmerkelijk fris en helder – nergens ontaardt het geluid in die zompige Amerikaanse sound die elders op Pinkpop wordt neergezet, bijvoorbeeld door de Foo Fighters.

Er is nog één aspect dat ontbreekt in het Zweedse succesverhaal. En dat is de gezonde handelsgeest. Popmuzikanten en popindustrie proberen voortdurend hun muziek onder de aandacht van het buitenland te brengen. Zo heeft Per Gessle van de band Roxette niet alleen een eigen radioprogramma waar hij uitsluitend Zweedse muziek draait, maar schrijft hij ook op een populaire Chinese website over Zweedse popmuziek. En op iedere muziekbeurs staat wel een Zweedse delegatie.

Platenmaatschappijen, managers en publishers investeren in de eigen artiesten – en dat is anders dan in popmuziekland Canada bijvoorbeeld, waar het vooral de overheid is die investeert in populaire muziek. Dat geven van tijd en geld lijkt zijn vruchten af te werpen. De Zweden bijvoorbeeld, weten hun liedjes steeds vaker voor veel geld aan de producenten van Amerikaanse televisieseries te verkopen, die op hun beurt weer voor het melodieuze aspect van de muziek vallen.

Ook The Hives worden door hun platenmaatschappij ondersteund – zo kregen ze voorschotten voor hun albums en geld om op tournee te gaan. Maar, benadrukt Pelle Almqvist, ze hebben ook veel zelf gedaan. „We hebben korting bedongen op onze pakken, hebben voor benzinegeld opgetreden. Dan stonden we na afloop van het optreden zelf T-shirts te verkopen om naar de volgende show te kunnen doorrijden. Want geloof me, we hebben vijftien jaar gewerkt om te komen waar we nu zijn.”

The Hives spelen zondag 17 augustus, Alpha, 18.20 - 19.20 uur

Ane Brun en Sigur Rós spelen respectievelijk op 16 augustus, India, 11.30 - 12.30 en 17 augustus, Grolsch, 20.50 - 22.15