Creëren

Onlangs was het weer te horen op de radio. Terug van al bijna weg. Iemand had een opvangtehuis voor zielige olifanten in Thailand opgezet, en was aldus bezig ‘een bijzondere plek voor ze te creëren’.

Niet ‘maken’. Creëren. Creëren is een interessant woord.

In de jaren tachtig behoorde het woord nog strikt tot het domein van de homoseksuele modeontwerpers. Er was destijds een Robijnreclame met Frank Govers, die het daarin had over zijn ‘creaties’. Dat was toen buitengewoon grappig. Iedereen deed het zoveel mogelijk na, gelachen dat we hebben!

Maar zoals het gaat met trends uit de homowereld: uiteindelijk gaat iedereen er in mee. Dat geldt voor kleding, muziek, piercings en schaamhaar (het weghalen van). Eerst is het obscuur en raar, dan is het cutting edge, vervolgens mainstream, en daarna saai of zelfs stom. Eén fase later wordt het weer potsierlijk.

In die potsierlijke fase bevindt het woord ‘creëren’ zich nu. Een paar jaar geleden was het nog best interessant om dingen te creëren. ‘Ik heb de kinderkamer helemaal zelf gecreëerd.’ ‘Ik vind het heerlijk om een omgeving te creëren waarin iedereen zich prettig voelt.’ ‘Als jij je randvoorwaarden nou even helder stelt, dan creëren we samen de mogelijkheden waarin jij optimaal kunt functioneren.’

In plaats van ‘maken’ kon je ‘creëren’ zeggen. Dat gaf al snel wat extra cachet aan een verder saaie zin. ‘Ik heb een heel mooie bruiloftstaart gecreëerd.’ Wow, daar moet echt een idee achter gezeten hebben! Dat was niet een kwestie van twee cakes met slagroom ertussen, nee, het ging meer om het concept van de bruiloftstaart.

Nu is ‘creëren’ veel te pretentieus. Alsof er ook een soort goddelijke schepping aan te pas komt. Wat verbeeld je je wel?

Het wordt afwachten wat er verder met ‘creëren’ gebeurt. Misschien komt het ooit weer terug als acceptabel woord. Eventueel via een flamboyante modeontwerper.

Paulien Cornelisse behandelt elke week een actueel en opmerkelijk taalfenomeen.