Bulgarije geeft slechte voorbeeld

Nieuwsanalyse

Rapporten van de Europese Commissie over Bulgarije laten voor het eerst zien dat de Europese Unie met haar recentste uitbreidingen in de gevarenzone is beland.

Voor het eerst heeft de Europese Commissie gisteren de geldkraan naar een Oost-Europese nieuwkomer in de Europese Unie gedeeltelijk dichtgedraaid. Bulgarije heeft het volgens Brussel zó bont gemaakt, dat er geen andere keus restte dan ruim een half miljard euro aan steungelden te bevriezen.

Ongekend hard zijn de bewoordingen waarin Brussel het oordeel over Bulgarije velt. Van de beloofde radicale hervorming van het justitiële apparaat is nog nauwelijks iets terechtgekomen. In geen ander Oost-Europees land is de corrupte verwevenheid uit de communistische tijd tussen partij, geheime dienst, politiek en economie nog zo vitaal. Nergens is het zo vanzelfsprekend dat bestuurders zich verrijken aan openbare – ook Europese – middelen. ‘Europe’s mafia state’, kopte het Britse dagblad The Times eind vorige week op basis van een uitgelekt concept.

Hoe om te gaan met een lidstaat die zo’n wanprestatie levert? De Europese Commissie probeerde het gisteren bij de presentatie van de halfjaarlijkse rapporten over Roemenië en Bulgarije niet erger te maken dan het is. Commissie-voorzitter José-Manuel Barroso volstond met een schriftelijke verklaring. De toelichting werd overgelaten aan woordvoerders.

Zij beklemtoonden dat de maatregelen „geen politieke maar een technische aangelegenheid” waren. De toestand is ernstig, de noodzaak om in te grijpen evident, maar het devies blijft onveranderd: „Wij willen verdere vooruitgang boeken door nauwe samenwerking”, aldus Commissie-woordvoerder Johannes Laitenberger. Van ‘sancties’ was geen sprake, zei hij. Daar zijn in de Brusselse systematiek andere procedures voor.

In weerwil van alle nadruk op de techniek schuilt in de oorvijg uit Brussel een duidelijk politieke boodschap. Die is natuurlijk in de eerste plaats gericht aan Bulgarije zelf. Dat land moet veel beter zijn best doen in zijn dubbele transformatie: van dictatuur naar democratie, en van staatseconomie naar markteconomie.

Op papier mag het Bulgaarse justitieapparaat er dan goed uitzien, in de praktijk komt er van de strijd tegen corruptie en georganiseerde criminaliteit nog weinig terecht. „De kernproblemen blijven daardoor bestaan en zij moeten dringend worden aangepakt”, aldus het Commissie-rapport.

Maar over het hoofd van Sofia is het ‘technische besluit’ van de Commissie ook een politiek signaal aan landen die aansluiting bij de Europese Unie ambiëren. En dat is: Beste kandidaten en andere buren, het is de EU menens met de hardere lijn die anderhalf jaar geleden werd afgekondigd.

Kandidaten zouden voortaan zorgvuldiger en strenger worden gescreend. In de relaties met de buren zou meer variatie komen. En niet elk partnerschap zou een voorportaal tot toetreding zijn. Ten aanzien van de toetreding van Bulgarije en Roemenië kon de EU op dat moment niet meer terug. Maar gisteren bond Brussel de potentiële nieuwkomers wel op het hart aan deze twee landen geen voorbeeld te nemen.

Ten slotte is de aanpak van Bulgarije ook bedoeld om de gemoederen in de gevestigde EU-landen te bedaren. Daar is zowel de publieke als de politieke steun voor de traditionele uitbreidingspolitiek sinds enkele jaren aan het afbrokkelen. Consolideren, luidt nu het parool, met meer nadruk op de naleving van gemaakte afspraken. Daarmee is volgens Brussel veel terreinwinst te boeken, niet alleen in lidstaten als Cyprus, Griekenland en Italië waarop ook wel wat aan te merken is, maar ook op het vlak van vertrouwen in ‘Europa’.

De agenda van de EU-uitbreiding kent „geen sabbatical”, verzekerde Europees commissaris Olli Rehn vlak voor het zomerreces in het Europees Parlement. Uitbreiden is een succesvol instrument gebleken voor het realiseren van stabiliteit, veiligheid en welvaart in Europa. Dat proces verdient voortgang, zei Rehn.

Bij de beoordeling van de twaalf landen die de afgelopen jaren bij de EU zijn gekomen trokken de ‘preciezen’ stelselmatig aan het kortste eind. Ook Bulgarije en Roemenië werden ‘politiek beloond’ voor hun constructieve opstelling in de NAVO-oorlog tegen Servië (1999) en na de terreuraanslagen van 11 september 2001.

De tussenbalans van gisteren laat voor het eerst zien dat de EU met die coulance – hoe begrijpelijk ook uit politiek oogpunt – serieus in de gevarenzone is beland. Om daar overtuigend uit te komen en de geloofwaardigheid van de herijkte uitbreidingsstrategie te schragen, lijkt het niet voldoende dat Bulgarije binnenshuis orde op zaken stelt. Daarvoor zullen waarschijnlijk de ‘rekkelijken’ ook hun toegeeflijkheid jegens EU-aspiranten moeten intomen.

Commentaar pagina 7