Blauwe vlamballen

In gewichtloosheid gebeuren onverwachte dingen, zoals met een vlam. Die is altijd blauw en rond. Maar waarom?

Stel: je zit in een ruimtecapsule en er ontstaat brand. Wat dan? Wat doet vuur in gewichtloze toestand? Dat vraagt Merlinde Zoet.

Het antwoord van Karin Husmann van Space Expo in Noordwijk begint met een klein vuurtje: een kaarsvlam in de ruimte. In niets lijkt die vlam op de kaarsvlam op aarde. Geen gele, ranke verschijning die steeds hoger en hoger reikt. Het is een vlam die samenbalt en blauw is.

De blauwe, ronde vlam werd in 1984 ontdekt door Paul Ronney, toen hij een afgesloten blik met brandende waterstof in de metershoge ‘ruimtetoren’ van NASA liet vallen. De binnen dat blik korte tijd gewichtloze vlammen spatten uiteen in kleine vuurballetjes.

Michel van Baal,van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, legt het uit. „In een ruimte zonder zwaartekracht vinden de normale luchtstromingen niet plaats. Normaal stijgen de door de kaars verwarmde gassen omhoog en stroomt aan de onderkant van de kaars verse lucht toe. In de ruimte gebeurt dit niet.” Daar blijft de vlam heel klein, omdat er door het gebrek aan stroming weinig verse lucht bij kan. Blauw domineert, omdat de vlam de beschikbare zuurstof volledig verbrandt.

Nu het grote vuur. In 1997 ontstond er brand op het ruimtestation MIR. De astronauten aan boord waren net in feeststemming omdat er nieuwe astronauten waren gearriveerd om hen af te wisselen. De kaviaar ging rond en er werd gelachen. Plotseling zag Jerry Linenger, de teamleider, een enorme steekvlam uitslaan, uit een van zuurstofflessen. Volgens de officiële verklaring duurde het vuur negentig seconde, maar Linenger heeft later gezegd dat het viertien minuten waren. Pas nadat diverse brandblussers met schuim en water waren geleegd, was het vuur onder controle. Het gevaarlijkst was de rook geweest. „Je kunt geen raampje open doen ”, zegt Michel van Baal.

Hilde van Halm

In de zomerrubriek ‘next question’ wordt antwoord gezocht op alledaagse vragen. Ook een vraag? Mail wetenschap@nrc.nl

Eerdere vragen staan op: nrcnext.nl/nextquestion