Altijd nét niet voor Marc Lotz

Een mooie dag voor Marc Lotz, de Touretappe van morgen van Roanne naar Montlucon (165,5 kilometer). Wat laatste klimmetjes, ideaal voor de Limburgse knecht om eens voor eigen kans te gaan in een lange ontsnapping. Zoals hij bij zijn Tourdebuut in 1999 bedolven werd onder de Nederlandse media, omdat hij met een achtste plaats in een vergelijkbare etappe naar Saint-Flour voor een in die Tour zeldzaam Rabo-hoogtepuntje zorgde. Of zoals hij in 2004 tot drie keer toe ‘mee zat’ maar niet won.

Marc Lotz (Valkenburg, 14 oktober 1973) maakte als beginnend prof naam als persoonlijke knecht van Michael Boogerd. De dit jaar gestopte kopman nam ‘Lotsie’ graag mee naar de belangrijke wedstrijden. In eerste instantie offerde Lotz zich onbaatzuchtig op, maar geleidelijk begon de eigen ambitie te knagen.

In 2004 won hij de Ronde van Hat-Var, maar vaker was het net niet. In 2005 vertrok Lotz naar Quickstep, kwam in dichte mist voorop in de finale van de Amstel Goldrace, maar mocht van de ploegleiding niet doorrijden. Op 1 juni werd bij hem thuis epo gevonden. Lotz bekende gebruik, manager Patrick Lefevere liet hem als een baksteen vallen, er volgde een schorsing van twee jaar. ‘Hé Lotsie’, riep Michael Boogerd in de Tour van 2006 op de Cauberg naar zijn vroegere knecht, die langs de kant stond. En ontroerd was dat tenminste iemand hem gedag zei.

Lotz werd tijdens zijn schorsing wiskundeleraar, probeerde vervolgens een comeback bij de amateurs van Löwik Meubelen. Ook na een opvallend NK 2007 vond hij geen profploeg meer. Op 19 december 2007 maakte Marc Lotz bekend te stoppen.

Maarten Scholten