Wachten op de groei

Als regio wel de meeste olie hebben, maar geen toonaangevende oliemarkt zoals Londen of New York? Dat moet veranderen, vindt Dubai. Daar blijft het niet bij. Ook de effectenbeurs heeft expansieplannen.

Geen handelaar te bekennen in de dealingroom van de Dubai Mercantile Exchange, de grondstoffenbeurs van Dubai. De mondiale olieprijzen lopen in een ticker langs de muur, het nieuws komt via beelden en teksten van de internationale persbureaus binnen op een metershoge mediamuur voor een publiek dat er niet is. De bankjes met naambordjes van grote internationale zakenbanken als Lehman Brothers, Merrill Lynch en Standard Chartered zijn leeg.

„Lunchtijd”, zegt de rondleidende woordvoerder.

DME is een elektronische beurs. Dat wil zeggen dat vanaf afstand gehandeld kan worden via een computersysteem. Vanuit Londen of New York of gewoon elders in Dubai. De dealingroom is een pr-instrument om bezoekers te laten zien dat Dubai International Finance Centre ook écht eigen beurzen heeft, zeggen bankiers in Dubai.

De pas één jaar jonge grondstoffenbeurs is ambitieus. Zij wil zo snel mogelijk de derde belangrijke benchmark voor de olieprijzen in huis hebben. Nu kijkt de hele wereld naar Brent in Londen en West Texas Intermediate (WTI) in New York, maar niet naar een benchmark uit de regio waar de meeste ruwe olie vandaan komt.

Sinds een jaar wordt op de DME gehandeld in Oman Sour Crude, de eerste internationale oliebenchmark voor de sour crude – zwavelhoudende, bewerkelijke olie, waarvan het Midden-Oosten veel heeft. Brent en WTI gelden voor sweet crude – de zeer gewilde, minder bewerkelijke lichte olie. „We kunnen inmiddels de levering van 7 miljoen vaten per maand aan”, zegt bestuursvoorzitter Ahmad Sharaf van DME. „Nu moeten we ook een stap verdergaan zodat de echte financiële spelers hier komen handelen. Dan krijgen we de liquiditeit die we nodig hebben om ons doel te bereiken, dé olietermijnmarkt voor Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië te worden.”

DME heeft bij het opzetten van zijn termijnmarkt geprofiteerd van de kennis en ervaring van Nymex. De New Yorkse termijnmarkt is – samen met het staatsinvesteringsfonds Tatweer uit Dubai en een fonds uit Oman – eigenaar van DME. Sharaf: „Als we genoeg ervaring hebben, willen we in de toekomst ook andere grondstoffen gaan verhandelen.” Nymex verhandelt naast ruwe olie en olieproducten ook vele metalen.

Zoals DME met Nymex samenwerkt, doet effectenbeurs DIFX (Dubai International Financial Exhange) dat met Nasdaq. Samen met de Amerikaanse technologiebeurs is DIFX bezig een handel in financiële opties en futures op te zetten. Daarmee wil DIFX zijn voorsprong op de andere beurzen in de Golfregio vergroten. Want die zijn ook allemaal van plan dé beurs voor het Midden-Oosten te worden en werken daartoe ook samen met westerse beurzen.

En de belangstelling is wederzijds. NYSE Euronext sloot in maart een samenwerkingsovereenkomst met de beurs van Abu Dhabi. En zij nam vorige maand een belang in de beurs van Qatar (20 procent) en beloofde te helpen een optie- en valutahandel op te zetten.

Al die beurzen met grote ambities is wel een beetje veel voor de regio, zegt George Möller, topman van Robeco en commissaris bij DIFX. Toen de voormalige directeur van de Amsterdamse beurs zes jaar geleden commissaris bij DIFX werd, was de beurs gevestigd in een houten barak. Nu zit de beurs in een met marmer ingelegd gebouw in het Dubai International Finance Centre. Dit financiële centrum heeft een eigen op westers leest geschoeid juridisch stelsel, dat losstaat van de lokale wetgeving. Möller: „Daardoor is er [feitelijk] een westerse wetgeving waar banken en handelaren zeker van zijn. Dat is een groot voordeel in het Midden-Oosten, waar je je anders niet zeker voelt in het lokale rechtssysteem. Andere landen [in de regio] zijn nog lang niet zover.”

DME en DIFX hebben ook een eigen toezichthouder, de Dubai Financial Services Authority, die in de afgelopen jaren door het aantrekken van ervaren westerse toezichthouders in hoog tempo is opgezet.

Möller ziet als groot voordeel van Dubai ook dat het als enige financieel centrum in de regio zelf de clearing (het afhandelen van effectentransacties) in huis heeft geregeld.

Maar net als de andere beurzen in de regio kampt de effectenbeurs van Dubai met een gebrek aan handel in de genoteerde aandelen. Op veel handelsdagen vertonen maar 2 of 3 van de 14 aan de DIFX genoteerde aandelen enige beweging. En dat terwijl de DIFX als ongeveer enige beurs in de wereld meer beursmakelaarfirma’s met een licentie heeft dan beursgenoteerde ondernemingen. Het is wachten op de groei.

DIFX heeft daarbij last van nog een aandelenbeurs in Dubai, waar lokale wetgeving geldt en meer lokale bedrijven genoteerd staan. Vorig jaar bracht de overheid ze samen in één organisatie, Borse Dubai, om onderlinge concurrentie tegen te gaan. Door het slechte mondiale beursklimaat wordt niet duidelijk of Dubai ook echt in staat is om meer beursgangen naar DIFX te trekken dan naar de lokale beurs.

Een structureel probleem daarbij is dat het aantal beursgenoteerde ondernemingen in de Golfstaten gering is, die immers nog worden gedomineerd door staats- en familiebedrijven. Staat en families houden in de beursgenoteerde bedrijven grote belangen aan en verkopen niets, waardoor de omzetten laag zijn. Bovendien zijn er weinig lokale handelsbedrijven toegelaten, die meestal eerder voor omzet zorgen dan de internationale banken waarvoor de handel in het Midden-Oosten nog steeds bijzaak is. „Wij hebben beursgangen nodig om kritische massa te krijgen voor een echte kapitaalmarkt”, zegt Abdul al-Anwar, directeur van Dubai International Finance Centre.

DP World, dochter van het staatsbedrijf Dubai Holding, dat wereldwijd in havens investeert, werd in 2007 als trekker op de DIFX gelanceerd, maar is nog steeds geen succes en daarmee ook geen voorbeeld voor andere bedrijven om snel een beursnotering te zoeken.

De staatsluchtvaartmaatschappij van Dubai, Emirates Airlines, heeft weliswaar een beursgang aangekondigd, maar wacht de beursmalaise geduldig af en zal vermoedelijk voor een duale notering kiezen, één aan een westerse beurs en één in Dubai.

Een andere manier voor DIFX is dubbelnoteringen aan te trekken van Amerikaanse ondernemingen die op Nasdaq staan. Met de mogelijkheid om nu ook in opties te handelen, wordt Dubai aantrekkelijker. „Voor de top van de bedrijven in de Golf, moeten wij dé regionale beurs worden”, zegt Anwar. Kingdom Hotels uit Saoedi-Arabië was vorig jaar de eerste die een notering kreeg aan de DIFX. Maar of meer Saoedische bedrijven zullen volgen, is de vraag. Ook Saoedi-Arabië heeft ambities om zijn toch al in waarde grootste beurs van de regio tot een internationaal centrum te maken.

De versnippering van beurzen in de Golf is een belemmering voor de creatie van één belangrijk financieel centrum in het Midden-Oosten. Een samenbundeling, zoals in Europa met Euronext, zit er niet in. Tussen Dubai en Abu Dhabi heerst een Ajax-Feyenoord-rivaliteit, zeggen verschillende mensen in de financiële wereld. Alleen Bahrein zoekt aansluiting bij Dubai, omdat deze voormalige financiële hub in het Midden-Oosten nu bang is gemarginaliseerd te worden. Ondertussen is Tadawul, de beurs van Saoedi-Arabië, de enige ‘liquide’ beurs – dat wil zeggen beurs met genoeg handel – in de regio. Het totale handelsvolume van de Saoedische beurs was in 2007 vier keer zo groot als dat van de twee effectenbeurzen van Dubai tezamen.

Om van Dubai de belangrijkste beurs te maken zal nog veel inspanning nodig zijn, maar het optimisme is er zeker. „Als het één beurs lukt om de regionale beurs te worden voor het Midden-Oosten, dan is het de DIFX”, zegt commissaris Möller. „Zij zijn het verst in hun westerse oriëntatie.”

Dit is het derde deel van een serie over de ambities van de Golfstaten. Zie voor de vorige: nrc.nl/golfstaten