Waarom is popcorn de ultieme bioscoopsnack?

Of het nu zoete of zoute is; popcorn is onlosmakelijk verbonden met de bioscoop. Wat heeft gepofte mais met film te maken, vraagt Lisette Verhagen uit Utrecht.

Een geschiedenislesje van Wendy Boersma-Rappel, woordvoerder van de Popcorn Board in Chicago, een onderzoeks- en promotiecentrum dat het Amerikaanse Congres in 1998 heeft ingesteld op verzoek van de popcornindustrie.

„Begin twintigste eeuw waren er nog weinig snacks”, vertelt Boersma-Rappel – overigens kind van een Nederlandse moeder. „Er waren alleen straatverkopers met geroosterde pinda’s en popcorn, vooral op markten, kermissen, politieke bijeenkomsten en andere plekken waar veel mensen bij elkaar kwamen.”

En toen was daar ineens de film. Bewegend beeld: een nieuw fenomeen dat iedereen met eigen ogen wilde aanschouwen. De lange rijen voor de bioscoop trokken straatverkopers aan. „Daar begon de connectie tussen popcorn en de bioscoop”, zegt Boersma-Rappel.

De economische crisis van de jaren dertig deed de rest. „Veel mensen waren werkloos en hadden weinig geld. Een bezoek aan de bioscoop was een goedkope manier om te ontsnappen aan de malaise. Popcorn was bovendien een goedkope snack. Dus voor een paar cent zagen mensen een film en hadden ze wat te eten. Zo werd popcorn onderdeel van de bioscoopervaring.”

Waar bioscoopeigenaren minder blij mee waren, was de popcorn die na de voorstelling in de zaal achterbleef. „Degenen die popcorn uit hun zaak probeerden te weren, gingen failliet. Slimme bioscoopeigenaren gingen zelf popcorn verkopen. Zij bleven bestaan en hebben de crisisjaren overleefd.”

Ook al kwamen er na de Tweede Wereldoorlog talloze concurrerende snacks bij: popcorn bleef de ultieme bioscoopsnack. Wat verklaart het succes? „Het prikkelende aroma van popcorn”, denkt Boersma-Rappel. „Bioscoopeigenaren bliezen de geur zelfs met ventilatoren de straat op om bezoekers te trekken. Want uiteindelijk is popcorn gewoon a yummy thing to eat.”

Toon Beemsterboer