Veel East Enders hebben het gehad met Labour

Morgen zijn er tussentijdse verkiezingen voor een zetel in het Britse Lagerhuis in East End. Dit oostelijk deel van Glasgow is traditioneel een bolwerk van Labour. Maar hoe lang nog?

Floris van Straaten

Kom bij Andea Pollard, een geblondeerde vrouw met een gebit waaraan zelfs voor de beste tandarts geen eer meer valt te behalen, niet aan met de Britse premier Gordon Brown of Labour. Brown mag dan van Schotse afkomst zijn, Pollard heeft geen greintje vertrouwen meer in de partij, waarop ze vroeger – zoals bijna iedereen in Glasgows verpauperde oostelijke wijken – blind vertrouwde.

Op een paadje in de wijk Easterhouse tussen versleten grauwe flatgebouwen uit de jaren ’50 licht ze met zware Schotse tongval haar frustraties toe. „Ik ben 36 en ik moet met mijn zoontje nog steeds inwonen bij mijn ouders”, klaagt ze. „Al jaren sta ik op een wachtlijst voor een eigen woning, maar steeds word ik overgeslagen. Een baan heb ik niet. Vorige week weer zes keer voor niets gesolliciteerd. Zelfs als werkster kom ik niet aan de slag. Nooit kan ik eens iets leuks voor mijn zoontje kopen.”

Daarom stemt Andea Pollard morgen bij de tussentijdse verkiezingen voor een Lagerhuiszetel in Glasgows uitgestrekte East End niet op de Labour-kandidaat. Het wemelt in dit stadsdeel, al twee eeuwen een bolwerk van laaggeschoolde industriearbeiders, van mensen die het gehad hebben met Labour. Zo wordt de hegemonie van de partij hier voor het eerst serieus bedreigd.

Bij de vorige Lagerhuisverkiezingen in 2005 won David Marshall, een voormalige busconducteur, nog met een straatlengte voorsprong. Maar nu hij om gezondheidsredenen na 29 jaar het bijltje er bij neergooit, lijkt het ondenkbare plotseling mogelijk: een overwinning van Labours voornaamste concurrent, de Schotse Nationale Partij (SNP). Sommige peilingen gaven de SNP-kandidaat de laatste weken al een voorsprong. In de meest recente peiling ligt Labour echter weer voor.

Het zou een regelrechte ramp en mogelijk zelfs de genadeslag voor Brown betekenen als zelfs een traditioneel Labour-bolwerk als het Glasgowse East End niet behouden zou blijven voor de partij. Een premier die zelfs in zijn eigen achtertuin niet weet te winnen? Die klap zou nog harder aankomen dan het verlies in het Noord-Engelse Crewe in mei en de beschamende vijfde plaats voor Labour in het rijke Henley bij Londen vorige maand. Browns gezag binnen de partij is toch al danig aangetast door een reeks verkiezingsnederlagen, een haperende economie en een houterige presentatie.

Gelet op het belang voor hemzelf is het opmerkelijk dat Brown zich geen enkele keer in de campagne heeft vertoond, wellicht uit vrees dat zoiets door zijn geringe populariteit slechts averechts zou werken. De Labour-kandidaat, Margaret Curran, lijkt hem niet te missen en hamert er op hoeveel er al is verbeterd in het East End.

Zo is er geïnvesteerd in betere gezondheidszorg en zijn er veel woningen gerenoveerd. „Er heerst hier een sterke gemeenschapszin en de mensen storen zich aan de negatieve publiciteit in de media over hun wijk”, zegt Curran. „Alsof het een om een verwoest gebied gaat, terwijl hier ook goede buurten zijn.”

Maar de misère ligt voor het oprapen. Neem James Murray uit Easterhouse, al twintig jaar werkloos en wonend tegenover troosteloze puinhopen van huizen die door baldadige jongeren in brand zijn gestoken. Murray ziet eruit alsof hij in de 70 is, maar is pas 57. „Nee, ik stem al jaren niet meer”, zegt de voormalige slager op de vleesmarkt. Of loop langs Shettleston Road, een verkeersader door het East End. Overal stappen bleke, ongezond ogende mannen met onvaste tred uit sjofele pubs en het wemelt er van de jonge, veel te dikke vrouwen, die – al dan niet met kinderwagens – met zakjes chips en flesjes frisdrank over straat gaan.

Ook de statistieken voor het East End zijn onthutsend. De levensverwachting voor mannen is er 68,1 jaar, vijf jaar minder dan het gemiddelde in Schotland. In één wijk, Calton, zingen mannen het zelfs gemiddeld niet langer uit dan 54 jaar, door slechte voeding, veel roken en veel drinken. Menig ontwikkelingsland doet het beter.

De werkloosheid in Glasgow East bedraagt 25 procent. Bijna de helft van de kinderen groeit op in gezinnen met langdurig werklozen. Nergens in Groot-Brittannië zijn er zo veel mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en nergens zijn de bewoners zo slecht opgeleid. De buurt telt ook 42 procent meer zwangere tienermeisjes dan het gemiddelde. De inwoners lopen er bovendien 80 procent meer kans op een hartaanval.

Bij zo veel ellende ziet SNP-kandidaat John Mason goede kansen voor zichzelf. „De mensen hebben het gevoel dat de Labour Partij er te gemakkelijk van uit gaat dat ze toch wel op hun stemmen kunnen rekenen”, zegt hij voor zijn lokale hoofdkwartier, dat hem ter beschikking is gesteld door een bevriende handelaar in tweedehandse auto’s.

„Het zittende Lagerhuislid David Marshall nam niet eens de moeite een lokaal kantoor te openen waar mensen uit zijn district met klachten terecht konden”, zegt Mason. Ook hoopt hij te profiteren van de impopulariteit van Browns regering, terwijl de regionale SNP-regering van Alex Salmond goed ligt in de peilingen.

„Het voornaamste probleem is dat er geen werk is”, zegt de 57-jarige Fred Cook, die zijn hond uitlaat op een stukje verwilderd land, ingeklemd tussen een autosnelweg en de grijze blokkendoos uit de jaren ’50. „Ik heb geen werk en mijn volwassen zoons ook niet. Die zijn aan de drugs.”

De laatste tijd gaat het volgens Cook iets beter, mede door meer politiepatrouilles. Hij schrijft die toe aan de SNP-regering. „Ik overweeg voor het eerst op de SNP te stemmen. Er moet hier echt iets veranderen.”