Trage gerechtigheid

Nadat de kopstukken van de nazi’s in 1946 in de processen van Neurenberg waren berecht, verslapte in Duitsland, maar ook daarbuiten, de drang tot het vervolgen van oorlogsmisdadigers.

De Duitsers zelf wilden het verleden het liefst zo snel mogelijk vergeten, terwijl de westelijke geallieerden een sterke Bondsrepubliek nodig hadden als buffer tegen het communistische Oostblok. Veel nazi’s kregen de kans geruisloos te verdwijnen.

Het duurde tot de jaren zestig voordat de Duitse samenleving toe was aan een reeks van processen waarbij nog één keer rekenschap werd afgelegd over het verleden.

Het beroemdste proces uit deze tijd is het Auschwitzproces, dat duurde van 1963 tot 1965. Het was aanhangig gemaakt door de voormalige gedetineerde Hermann Langbeins, die in de Hessische officier van Justitie Fritz Bauer een overheidsdienaar vond die bereid was het verleden op te rakelen.

In de rechtszaal in Frankfurt moesten 24 mannen zich verantwoorden voor hun optreden in het beruchtste van alle concentratiekampen. Ondanks de verklaringen van 359 getuigen, onder wie 248 voormalige bewoners van het kamp, legde geen van de gedaagden een schuldbekentenis af. Robert Mulka, adjudant van de reeds in 1946 opgehangen Auschwitzcommandant Rudolf Höss, verklaarde: „Het klinkt misschien ongeloofwaardig, meneer de voorzitter, maar ik heb het kamp nooit betreden.”

Uiteindelijk vielen de oordelen niet zwaar uit. Slechts zeven verdachten werden veroordeeld voor moord, tien kregen er gevangenisstraffen. De media, die zich vol overgave op het proces hadden gestort, toonden zich minder geïnteresseerd in de Treblinka- en Sobiborprocessen die volgden. Dat liet onverlet dat een groep misdadigers die dacht het recht ontlopen te hebben, toch rekenschap voor zijn daden had moeten afleggen.

Radovan Karadzic moet ook hebben gehoopt dat het verstrijken van de tijd hem had behoed voor een gang naar het Joegoslavië-tribunaal. Zijn arrestatie eergisteren laat zien dat er ook in Servië mensen zijn die meer dan een decennium na het einde van de oorlog het recht willen laten spreken. Hun motieven zullen misschien wel wat opportunistischer zijn dan die van Langbeins en Bauer.

Bart Funnekotter

Historicus Jaap Cohen is een weekje met vakantie.