Tour is te groot voor Franse renners

Met zes ploegen zijn de Fransen het best vertegenwoordigd in hun eigen Tour. Maar een winnaar heeft Frankrijk al bijna een kwart eeuw niet meer voortgebracht.

Dirk Vandenberghe

Geduld moeten ze hebben, de Franse renners, de Franse ploegleiders en vooral het Franse publiek. Geduld. Om te wachten op de opvolger van Bernard Hinault, de vijfvoudige Tourwinnaar uit de jaren zeventig en tachtig, of een nieuwe Laurent Fignon, die twee keer de ronde won in de jaren tachtig.

Sinds de zege van Hinault in 1985 heeft geen Franse renner meer in het geel gestaan op het podium in Parijs. Jean-François Bernard (derde in 1987), Fignon (tweede in 1989, op 8 seconden van winnaar de Amerikaanse Greg LeMond) en de klimmer Richard Virenque (derde in 1996, tweede in 1997) lieten nog wel van zich spreken tijdens de Tour, maar de afgelopen tien edities slaagde geen enkele Franse renner erin bij de eerste drie te eindigen.

Met zes ploegen zijn de Fransen het beste vertegenwoordigd in hun eigen Tour. Veertig Franse renners startten in Brest, zes hebben de Tour al verlaten. Onder hen de 37-jarige Christophe Moreau, kopman van Agritubel, en afgelopen jaren Frankrijks laatste hoop op een Tourzege. Verder dan een vierde plaats in 2000 en twee keer achtste (in 2003 en 2006) kwam Moreau nooit.

Er gaat geen etappe voorbij of een Franse renner gaat in de aanval. Gisteren mochten ze voor de tweede keer juichen. Dankzij Cyril Dessel, zevende in de Tour van 2006 maar vorig jaar ver teruggevallen door toxoplasmose, waardoor hij nog tot mei van dit jaar zeer vermoeid was. Eerder had Samuel Dumoulin in Nantes de derde etappe gewonnen, zijn medevluchter Romain Feillu mocht er de gele trui aantrekken. Maar Feillu staat nu op meer dan twee uur van de geletruidrager.

„Het lijkt echt alsof het klassement hen niet interesseert”, zegt oud-renner Virenque, in de Tour co-commentator voor Eurosport. „In kortere etappekoersen als Parijs-Nice of de Dauphiné Libéré doen ze wel mee voor de eindzege, maar de Tour lijkt te groot voor de Franse renners. De meesten hopen op snel succes. Een etappe winnen is genoeg om even de held te zijn, daar mikken ze op.”

„We moeten nog een klein beetje geduld hebben, al raakt het ook bij mij stilaan op”, zegt Jean-René Bernaudeau, verdienstelijk coureur in de jaren zeventig en tachtig en nu manager van Bouygues-Télécom. Hij meent dat zijn landgenoten al jaren ‘zuiver’ fietsen en vaak voorbij worden gereden door dopingzondaars. Hij ziet het niet als enige reden. De Franse ploegen hebben de opleiding verwaarloosd, geeft Bernaudeau toe, en hebben daarom de afgelopen jaren een inhaalslag moeten leveren. „Maar nu durf ik te zeggen dat we bij de jeugd toch even goed werken als Rabobank, dat op dat vlak zeker een voorbeeld is.”

Bernaudeau noemt de 21-jarige Damien Gaudin een van de grootste talenten. Die won vorig jaar onder meer Parijs-Roubaix voor beloften. „Maar het belangrijkste is: hij heeft de mentaliteit van een winnaar, een killer. Dat zat in het verleden weleens verkeerd, sommige jongens namen het iets te makkelijk op.”

„Ze hebben een hele generatie gehad die wat verwend is geweest”, zegt Patrick Lefevere iets minder diplomatiek. De Belgische manager van de Quickstep-ploeg meent dat er voor jonge beloftevolle renners te snel grote contracten klaarlagen bij de Franse teams. Ze gingen naast hun schoenen lopen, presteerden niet goed genoeg, maar werden wel vorstelijk betaald. „Renners als Laurent Brochard en Christophe Moreau werden dan opgehemeld als toekomstige Tourwinnaar, maar zo werkt het niet. Terwijl er echt wel goede renners tussen zaten, zoals Virenque en Moreau.”

Lefevere is mild voor de Fransen en hun opleiding. „Ze hebben veel geïnvesteerd in het baanwielrennen, en met groot succes. Dat was dus een juiste keuze. Ook op de weg zijn er grote talenten op komst. Het grootste vind ik Pierre Rolland, die een goede Parijs-Nice en Dauphiné heeft gereden. Jammer dat hij er nog niet bij is in de Tour.” En er zijn andere talenten op komst: Jérome Coppel, derde in de tijdrit bij het WK voor beloften, en Florian Vauchon, achtste op het WK voor beloften op de weg.

Beste Fransman in het klassement is Sandy Casar van Française des Jeux. Dankzij z’n tweede plaats van gisteren begon hij vandaag aan de koninginnerit als achttiende in het algemeen klassement, op 12.32 van geletruidrager Frank Schleck. De 29-jarige Casar geldt al jaren als een groot talent en won onder andere de kleinere rittenkoers Route du Sud in 2005.

Lichtpuntje is ook de 26-jarige debutant Amaël Moinard. Hij trok vorige week mee ten aanval in de laatste Pyreneeënrit naar Foix, maar werd vier kilometer voor het einde ingehaald door de kopgroep. Moinard reed voor de zege, maar ook voor het klassement. Zondag moest hij tijdens de slotklim naar Prato Nevoso slechts twee minuten prijsgeven op de favorieten. Moinard begon vanochtend vanaf de 21ste plaats, op 18.10, aan de rit naar Alpe d’Huez. Een plek waar de debutant in Parijs voor zou tekenen, en een belofte voor de toekomst. Wordt hij dan de nieuwe Hinault of Fignon? De Franse wielerliefhebbers durven het al niet meer te hopen.