Ondernemer vindt in Marokko waarden terug

Dorine Eijkman begon een een atelier in Marokko. Ze hoort tot een groeiende groep ondernemers die naar Marokko vertrekt.

De afgelopen decennia trokken tienduizenden Marokkanen naar Nederland, op zoek naar werk. Maar het kan ook andersom. Nederlanders gaan tegenwoordig steeds vaker op zoek naar werk in Marokko.

Dat deed Dorine Eijkman. Sinds een paar jaar runt zij in Tamesloht, een dorpje op een half uur rijden van Marrakech, het atelier Beldine. Vrouwen uit het dorp beschilderen er servies: theeglazen, borden, kommen.

Toegegeven, haar emigratie kwam niet uit de lucht vallen. Dorine Eijkman is geboren in Marokko. Haar vader werkte daar voor een Nederlandse bank. Toen zijn werk daar afliep, wilde hij niet terug naar Europa. Dorine in eerste instantie wel. Ze ging studeren in Frankrijk. Later vond ze werk bij veilinghuis Christie’s.

In Frankrijk kwam Dorine Eijkman erachter dat ze zich toch in Marokko wilde vestigen. En dat deed ze, zeven jaar geleden, met haar Franse man en vier kinderen. „We hadden genoeg van Europa. Het draait daar altijd maar om geld. Mijn man heeft zijn evenementenbureau verkocht, we hebben ons huis verhuurd en we zijn vertrokken.”

Het gezin woont in Marrakech. In het nabij gelegen dorp Tamesloht huurt Dorine Eijkman een huis dat in zijn geheel als atelier dient. Het heeft een binnenplaats met daaromheen kamers die elk een andere functie hebben. In de eerste kamer zitten acht meisjes geconcentreerd servies te beschilderen. Gewoonlijk, zegt Dorine Eijkman, „heb ik tien meisjes, maar er zijn er pas twee getrouwd. Die wonen nu in Marrakech.”

Dorine Eijkman zegt dat ze „in Marokko heeft gevonden wat ik in Europa kwijt was geraakt”. En dan bedoelt ze: „Solidariteit, sterke familiebanden en respect voor ouderen. Ze vinden het hier belangrijk om voor elkaar te zorgen.”

Het idee van een atelier ontstond toen ze voor haar uitzet traditionele theeglazen zocht. „Marokkaanse thee drinken uit Chinese theeglazen: dat vind ik niks.” De traditionele glazen zien eruit als kleine bierglazen. In Marokko stond één fabriek die ze maakte, in Casablanca.

Toen ze er kwam om de glazen te kopen, hoorde ze dat de fabriek moest sluiten. „Zo begon het. Daarna besloot ik werkloze vrouwen aan werk te willen helpen. Via via kwam ik in dit dorp.” Werknemers krijgen was niet moeilijk. Zoals een van de meisjes zegt: „Als je in het dorp hoort dat een Nederlandse werk aanbiedt, ga je meteen op onderzoek uit.”

Dorine Eijkman bedenkt zelf de serviesversieringen. Daarbij put ze uit wat ze in het dagelijkse leven tegenkomt: een voltallig gezin op één brommer, de eierenverkoper die een hoge stapel eieren op zijn bagagedrager vervoert. De uitvoering en de inkleuring laat ze over aan haar werknemers. Vijf jaar na de start heeft het atelier een groot klantenbestand, dat behalve particulieren ook hotels, riads en interieurwinkels telt.

Intussen is het atelier meer dan een werkplek alleen. „De meisjes kregen hier les in Frans en Arabisch. Ik heb ze ook geleerd hoe ze een computer kunnen gebruiken. De één chat met familie in het buitenland, de ander met een vriendje. Eén meisje is wat religieuzer dan de anderen en gebruikt internet voor geloofsvragen.” Dorine Eijkman heeft haar werknemers de lessen aangeboden om „hun dorst naar kennis te lessen”, zoals ze zegt. „Deze meisjes kunnen en willen veel, maar in hun dorp is niets.”

En het dorp? De gemeenschap neemt geen aanstoot aan de werkende meisjes in het atelier, zegt Dorine Eijkman. „Het scheelt natuurlijk dat ik een vrouw ben. Als de meisjes hier komen werken, betekent het dat het mag van de familie. En de mensen zien dat het de gemeenschap ten goede komt dat er extra werkgelegenheid is. Dat werkt allemaal in het voordeel van het atelier.”