Moderne rechters

Een rechterlijke macht hoort organisatorisch, fysiek maar ook wettelijk los te staan van het politieke bestuur. Dat geldt niet alleen voor de Raad van State, de hoogste instantie in bestuursrechtelijke zaken, maar ook in zijn algemeenheid voor de rechterlijke organisatie. In dat licht hebben rechters en officieren van justitie terecht bezwaar tegen de voornemens van minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in te perken.

Hirsch Ballin stuurde in april voorstellen om de rechterlijke organisatie te moderniseren ter advisering aan betrokken organen en organisaties. De plannen betreffen niet alleen de organisatie. Ook aan de rechterlijke indeling en aan de rechtspositie wordt gesleuteld.

Het is geen geheim dat met name het CDA sceptisch is over de onafhankelijkheid van de individuele rechter. Het duidelijkst daarover was minister Donner (CDA), toen nog van Justitie, op een conferentie over de trias politica twee jaar geleden. Donner pleitte toen voor wetgeving in plaats van wetsinterpretatie door onafhankelijke rechters. Het is daarom goed de politieke achtergrond van de huidige minister van Justitie niet uit het oog te verliezen bij het wegen van zijn voorstellen om de rechterlijke macht te ‘moderniseren’.

Voor de goede orde: iedere organisatie heeft periodiek onderhoud nodig om bij de tijd te blijven. De rechterlijke macht is een organisatie die niet bekendstaat om het vermogen zichzelf kritisch te evalueren. Nu advocatuur en Openbaar Ministerie zich in hoog tempo specialiseren, is het de vraag of de generalistische inslag van de zittende magistratuur houdbaar is. Een andere kwestie is of het aanbod, anders gezegd de spreiding van de gerechten over het land, wel is meegegroeid met de verstedelijking en gestegen vraag naar ‘eerstelijnsrechtspraak’.

Hirsch Ballin wil deze, op zichzelf terecht gesignaleerde, problemen aanpakken door samenwerking op te leggen aan rechtbanken en het mogelijk te maken rechters gedwongen over te plaatsen. Hier nu loopt de minister te hard van stapel.

De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), de vakbond voor de zittende en staande magistratuur, heeft in haar gisteren uitgelekte advies aan de minister de plannen ongewoon scherp gekritiseerd. De voorgestelde samenwerkingsbepalingen en overplaatsingsbevoegdheden zetten volgens de NVvR „het rechterlijk domein en de klassiek-rechtsstatelijke beginselen zoals onafhankelijkheid en onpartijdigheid onder druk”. Dit noemt de NVvR „niet-acceptabel”. Op haar website noemt voorzitter Van Zutphen het gedwongen overplaatsen van rechters zelfs „onaanvaardbaar”.

Dit alarmsignaal moet niet licht worden opgevat. Dat de magistratuur zich nu in dreigende vakbondstaal tot de overheid richt, zal niet de modernisering zijn waar Hirsch Ballin naar streeft. Gelukkig geeft de NVvR aan niet blind te zijn voor de noodzaak tot veranderingen. De ‘gerechtelijke kaart’ van Nederland dient opnieuw te worden getekend. Daarna kan worden bezien of verdere ingrepen nodig zijn.