Je wordt zenuwachtig als je naar hem kijkt

Gary Oldman speelt altijd karakters die hoe dan ook niet helemaal normaal zijn.

Zo zet hij zichzelf weg in te extreme bijrollen om ooit een Oscar mee te winnen.

Bij alle opwinding rond Heath Ledger (The Joker was de laatste filmrol van de dit jaar overleden acteur) en rond Christian Bale als neurotische Batman in blockbuster The Dark Knight, zou je bijna vergeten op Gary Oldman te letten.

De vijftigjarige Brit gaat schuil achter de muffe bril en het goedkope pak van politie-inspecteur Jim Gordon in de Batman-films van Christopher Nolan. Eerst in Batmans Begins, nu in The Dark Knight. Gordon is een rechtschapen politieman en een brave huisvader en hij moet wel haast de normaalste man zijn die Oldman ooit heeft gespeeld. Sinds zijn optreden in 1986 in Sid and Nancy, als de allerpunkste punk, Sid Vicious – „ik zat me een keer zo te vervelen dat ik een hond heb geneukt” – heeft Oldman zich gespecialiseerd in labiele personages, randgevallen, dronkelappen of gewone idioten.

Naar verluidt heeft hij geprobeerd onder zijn tweede optreden als James Gordon uit te komen, maar het contract dat hij voor Batman Begins tekende, bond hem ook aan een vervolg, en misschien zelfs aan een derde deel. Zou Oldman bang zijn geweest om zijn weirde imago kwijt te raken?

Wie Oldmans psychotengalerij wil bewonderen, moet het voorlopig dus met dvd’s doen. Maar daar zijn ze dan ook bijna allemaal op te verkrijgen, van zijn excentrieke Beethoven in Immortal Beloved (1994) tot Lee Harvey Oswald in JFK (1991). Van de geschiedenisloze Oedipus in Track 29 tot de gezichtloze pederast in Hannibal. En van de bloeddorstige graaf in Dracula (1992) tot de intergalactische wapenhandelaar Jean Baptiste Emanuel Zorg in The Fifth Element. Het bekendst zal hij onder kinderen zijn als Sirius Black (of Zwart, in het Nederlands), in drie Harry Potter-films. Daar verandert hij van mens in hond en omgekeerd. Dat is toch ook niet helemaal normaal.

Leonard Gary Oldman werd op 21 maart 1958 geboren in een ruige buurt van Zuid-Londen. Toen zijn vader, een lasser, het gezin verliet en zijn veel oudere zussen het huis uitgingen, stortte het leven van Gary in. Hij verliet school zonder diploma en kreeg baantjes in een sportzaak, een schoenenwinkel en in het abattoir, waar hij varkens slachtte. Via deze omweg kwam hij terecht op een toneelschool in Kent, waar hij in 1979 afstudeerde.

Het theater leek hem vooralsnog meer te bieden dan film en tv. Op toneel speelde hij al snel de gefrustreerde en agressieve personages die leken op wat we later van hem op het grote doek zouden zien. Hij maakte zijn filmdebuut in Remembrance (1982), over een groepje mariniers die hun laatste avond aan wal vieren met een uitbarsting van geweld. Maar het duurde dus tot 1986 en Sid and Nancy voor Oldman zijn plaats innam in wat al snel de Brit-Pack werd genoemd, een generatie van Britse acteurs die snel doorstoten naar de internationale top. Tijdschrift The Face zette ze op een rijtje: Tim Roth, Daniel Day-Lewis, Colin Firth en Gary Oldman. Zijn maniakale voorbereiding op zijn rol als de bassist van de Sex Pistols zal hebben geholpen bij zijn uitverkiezing. Om er even uitgemergeld uit te zien als Sid Vicious ging Oldman zo hard lijnen dat hij aan het infuus in het ziekenhuis eindigde.

Nu volgde snel een reeks hoofdrollen in interessante films: Prick Up Your Ears van Stephen Frears, Track 29 van Nicolas Roeg, Rosencrantz & Guildenstern Are Dead van Tom Stoppard, State of Grace van Phil Joanou. En daarmee was Oldman in Amerika beland. Nou heeft Hollywood geweldige rollen voor geweldige films. Maar de studio’s zijn ook in staat een acteur zo’n zwaar stempel van typecasting mee te geven, dat hij er nooit meer onderuitkomt. Daar heeft Gary Oldman niet altijd profijt van gehad.

Zijn intensiteit is door scenarioschrijver Dennis Potter, die hem ontmoette bij Track 29, mooi onder woorden gebracht: „Gary is een formidabele acteur, maar hij is ook een acteur in overtreding. Hij balanceert altijd op de rand. Je wordt zenuwachtig als je naar hem kijkt. Hij is de buitenstaander die ook in je hoofd zit. Hij zit in je hoofd als je piekert en niet in slaap kunt vallen, maar je ook niet meer weet of je nog wakker bent of niet.”

In de samenvatting van Hollywood levert dat soms hysterische idioten op. Oldman heeft er een paar gespeeld. De terrorist in Air Force One bijvoorbeeld. Of Dracula. Of de pooier in True Romance. Het zijn wel gedenkwaardige rollen, maar dan vooral doordat je na afloop denkt: wie was die idioot ook weer die de rol van die superslechterik speelde? O ja, Gary Oldman. Daarmee zet hij zichzelf weg in bijrollen die te extreem zijn om ooit een Oscar mee te winnen – Oldman won nooit een belangrijke acteerprijs.

Hij zou daarom niet moeten klagen over zijn kalme rol in Nolans Batman-films. Hij zou de rust moeten gebruiken om nog eens zelf te gaan regisseren, zoals hij in 1997 deed met Nil by Mouth. Daar kreeg hij meteen de Britse hoofdprijs voor, de BAFTA voor beste film. Nil by Mouth is wat de Engelsen bleak noemen, guur, droefgeestig. Oldman volgt een familie in al haar armoedige schoonheid en ellende van drank, geweld, drugs, liefde en pret. Hun toestand wordt samengevat in de woorden van Val (Kathy Burke), die brult: „Ik ben dertig, maar ik voel me oud en moe.” De film heeft Oldman opgedragen aan zijn vader, die hij juist voor het eerst sinds zijn jeugd zou terugzien toen hij een paar dagen tevoren overleed aan de gevolgen van zijn alcoholisme. Die opdracht versterkt het gevoel dat dit weleens een milieu zou kunnen zijn dat Oldman heel goed kende voor hij het ging filmen.

De film The Dark Knight gaat morgen in première.