IJslandse magie waar geen touw aan vast te knopen is

cd pop

Sigur Rós: Með suð í eyrum við spilum endalaust

EMI ***

Sigur Rós zoekt het nog steeds in ijle, nevelige sferen, die in de handen van dit IJslandse ensemble een bijzonder poëtische vertolking meekrijgen. Toch neigt de stemming deze keer iets meer naar het aardse. Dat is maar goed ook, want Sigur Rós op zijn dromerigst loopt het risico om te vervliegen in de leegte die treffend gevangen werd in de titel van hun derde cd: ( ). Meer nog dan op de vorige reguliere plaat, Takk…, zet de band nadrukkelijk dynamische stijlmiddelen in. Opener Gobbledigook heeft folkachtige trekken en elders wordt er her en der heel voorzichtig gerockt. Koor- en orkestpartijen doen zich aangenaam gelden, en dan zijn er toch weer die ijle, abstracte passages. De hoge stem van Jónsi Birgisson trekt intense sporen boven statige arrangementen. Dat je van zijn teksten, in het IJslands of in een zelfbedachte alchemistentaal, hoegenaamd niets begrijpt maakt de magie eigenlijk des te groter. Zelfs een paar flarden Engels bieden geen grip op de gedachtenwereld van de band. Sigur Rós drijft sterk, en prachtig, op mysterie. De verrassing is er na vijf platen wel een beetje af, maar ware schoonheid blijft. Sigur Rós speelt volgende maand op Lowlands.