Het tumult beklijft beter dan de politieke overwinning

Nieuwsanalyse

De grootste democratie ter wereld maakte gisteren een einde aan een politieke crisis, maar toonde zich tegelijk van een bedenkelijke kant.

India’s grote, twee dagen durende parlementaire debat over de omstreden nucleaire overeenkomst met de Verenigde Staten is uitgelopen op een ontluisterend schouwspel. India opende zich gisteren naar de buitenwereld, maar tegelijkertijd zette het zich te kijk als een grote democratie met bedenkelijke mores.

Achteraf kan worden vastgesteld dat premier Manmohan Singh de vertrouwensstemming moeiteloos heeft overleefd, met een veel grotere marge dan verwacht (275 stemmen voor, 256 tegen). De regering kan nu voort op het nucleaire pad: eerst naar het Internationale Atoomenergieagentschap, dan naar de Nuclear Suppliers Group (NSG), voor goedkeuring van het akkoord.

Wat vooralsnog beklijft, zijn de chaotische beelden van geagiteerde volksvertegenwoordigers met grote stapels naar omkoping riekende bankbiljetten in hun hand.

De eerste dag van het debat ging zonder verrassingen voorbij, maar gisteren was het goed raak. Juist op het moment dat de sessie op haar einde liep en de voorspellingen steeds gunstiger uitpakten voor de regeringscoalitie onder leiding van de Congrespartij, sloeg voor haar het noodlot toe.

Drie parlementariërs van de hindoenationalistische BJP, de belangrijkste oppositiepartij, haalden stapels bankbiljetten tevoorschijn en schreeuwden dat hun elk dertig miljoen rupees (ruim 440.000 euro) was geboden om zich bij de cruciale stemming te onthouden. In het pandemonium dat volgde was premier Singh (75) het woord niet meer gegund. „Aftreden, aftreden”, werd er tegen hem geroepen, waarop hij de tekst van zijn toespraak maar bij de parlementsvoorzitter deponeerde.

De instigator van dit alles was oppositieleider L. K. Advani, met zijn tachtig jaar een oude vos in de Indiase politiek. Hij heeft de brandende ambitie een komende BJP-regering aan te voeren. Advani, zo zei hij maandag, zou de Congres-regering graag vloeren. Maar, zei hij ook, er is een onderscheid tussen ‘verslaan’ en ‘destabiliseren’: „Het ligt niet in onze natuur een gekozen regering te destabiliseren.” Gisteravond luidde de conclusie dat hij, mede door dissidentie in eigen kring, de regering niet heeft verslagen („Singh is king”, riepen de Congres-aanhangers opgelucht) – maar dat die wel zware imagoschade heeft opgelopen.

Met de vertrouwensstemming zijn de corruptiebeschuldigingen niet van tafel. Parlementsvoorzitter Somnath Chatterjee heeft een onderzoek aangekondigd. De direct beklaagden bevinden zich prominent in het regeringskamp. Ahmed Patel, de politiek secretaris van Congres-voorzitter Sonia Gandhi, heeft gezegd te zullen aftreden als „de serieuze, maar volstrekt loze aantijgingen” worden bewezen. Amar Singh, secretaris-generaal van de SP, de partij die de regering steunde nadat de communisten afhaakten uit weerzin tegen het akkoord met de Amerikanen, zei hetzelfde. Beiden spraken verontwaardigd van „een samenzwering” van de rechtse oppositie.

Ook in de aanloop naar het debat verschenen talrijke berichten over het paaien van volksvertegenwoordigers, met de belofte van geld, een ministersfunctie, de naamgeving van een vliegveld, eerherstel en andere mooie dingen des levens. Daar werd steeds een beetje lacherig over gedaan. Nu is er plotseling momentum ontstaan voor gewetensonderzoek. Waar het nu om gaat: komt er bewijs op tafel voor de beschuldiging aan het adres van de Congrespartij en haar nieuwe coalitiepartner SP?

Ook voor de jongste telg van de Nehru-Gandhi-dynastie, Rahul Gandhi, werd het een trieste dag. De 37-jarige zoon van partijvoorzitter Sonia (en van de in 1991 vermoorde ex-premier Rajiv Gandhi) wordt klaargestoomd om het leiderschap van de Congrespartij over te nemen. Gisteren hield hij zijn eerste belangrijke toespraak in het parlement. Toen hij vertelde over ontmoetingen met arme vrouwen op het platteland, werd hij steeds vaker onderbroken.

Vooral parlementariërs van de op kastenloosheid gegronde BSP gingen tekeer. Zij verwijten de Congrespartij uit opportunisme in hun electorale vijver te willen vissen. Rahul, die zich niet geïntimideerd toonde, kreeg nauwelijks kans het woord te hernemen. „Het parlement van India nadert zijn dieptepunt”, verzuchtte de machteloze voorzitter. Dat was nog voor oppositieleider Advani zijn trukendoos had geopend.

Rahul haalde de vrouwen aan om het belang van het akkoord te benadrukken voor de elektriciteitsvoorziening. Daarmee refereerde hij inhoudelijk aan de nucleaire deal – iets waaraan veel parlementariërs niet toekwamen.

De uitslag van de vertrouwensstemming betekent een nederlaag voor de communistische partijen. Die vinden de overeenkomst een capitulatie voor Amerikaans imperialisme en een einde aan de Indiase onafhankelijkheid in het buitenlandse beleid, en zegden daarom onlangs hun vertrouwen in de regering op. Singh onderstreepte gisteren dat van Indiase onderwerping geen sprake is. „Er is niets in deze overeenkomsten dat ons kan weerhouden van nieuwe kernproeven als die gerechtvaardigd zijn uit onze nationale veiligheidsoverwegingen”, aldus Singh.

Volgens hem heeft India buitenlandse technologie, installaties en brandstof hard nodig. Het akkoord met de VS zal een eind maken aan het Indiase nucleaire isolement (als gevolg van kernproeven in 1974 en 1998, gecombineerd met de weigering om het Non-Proliferatieverdrag te tekenen). Het zal de weg openen voor groeiende nucleaire handel, niet alleen met de VS, maar met alle 45 lidstaten van de NSG, aldus de premier. Maar hij kreeg gisteren de kans niet deze tekst voor te lezen.