Heimwee bij Beverly Hills

T. Boone Pickens is een bejaarde oliemagnaat van het goede, oude Amerikaanse soort. Recht-voor-zijn-raap, rauw, Texaans. Hij was een goede vriend van Ronald Reagan. Bij wijze van gebaar heeft T. Boone Pickens voor zijn gestorven vriend even buiten Beverly Hills naast de presidentiële Reagan bibliotheek nog niet zo lang geleden een reusachtig museum laten bouwen. Daarin staat de complete oude Airforce One Boeing van de president en er komt veel enthousiast publiek op af. Je kunt jezelf wuivend van bovenaf de vliegtuigtrap laten fotograferen. Mensen vinden dat leuk.

De Ronald Reagan-bibliotheek biedt ook een (tijdelijke) collectie haute couture: allemaal jurken die zijn frêle vrouw Nancy ooit droeg. En natuurlijk de biografie van de veertigste president, die tussen 1980 en 1988 in het Witte Huis zat. In Nederland zou er misschien een commissie zijn benoemd voor een afgewogen weergave, hier niet. Het is een prachtig verhaal over een jongen van bescheiden komaf, die filmster werd, later gouverneur van Californië en president van Amerika. En toen ook nog een einde maakte aan het communisme in de wereld. Historisch beschouwd allemaal nogal kort door de bocht, maar ingegeven door bewondering. Het is hier druk.

Zoals er in Amerika altijd heimwee is naar de Kennedy’s, is er nu al enige tijd heimwee naar Ronald Reagan. Zelfs een blad als Vanity Fair publiceerde vorig jaar uit de dagboeken van de president. En het lijkt meer dan de gebruikelijke flirt met beroemdheid en royalty. Die dagboeken laten inderdaad een man zien die van zijn land houdt, die een bewonderenswaardige afwezigheid van cynisme aan de dag legt, mild en vol respect is over mensen en machten en onderwijl op sprookjesachtige wijze zijn (tweede) vrouw Nancy koestert.

Stellig heeft die heimwee ook iets te maken met het contrast tussen toen en nu: toen het einde van de Sovjet-Unie, en Amerika dat alleen overbleef als dominante macht en kracht in de wereld. Azië had zich nog niet aangemeld, vader Bush meldde zich als regisseur van een ‘nieuwe wereldorde’.

En nu?

De Amerikaanse suprematie is in het geding, economisch onheil dreigt. De huizenprijzen zijn in een jaar tijd met 20 procent gedaald. De voorlopige redding van de twee grootste hypotheekbanken met die ogenschijnlijk malle namen, Fannie Mae en Freddie Mac, is niet alleen een zenuwslopende affaire. Het heeft ook verstrekkende gevolgen. Eén op de twee huizen in Amerika loopt via dit duo. De waarde van de twee giganten op de beurs is dit jaar met bijna driekwart gedaald. Ze overwegen nu nieuwe aandelen uit te geven, uiteraard met een aantrekkelijke bonus voor de nieuwe kopers, want anders zijn er geen gegadigden. En die gegadigden? Niemand zou nog vreemd opkijken wanneer buitenlandse staatsbeleggers zich melden. Het is pas twee jaar geleden dat een Arabisch beleggingsfonds buiten de deur werd gehouden dat geïnteresseerd was in havenfaciliteiten en containeroverslag in Amerika, want dat zou het Amerikaanse nationale belang kunnen schaden. Zoiets is inmiddels ondenkbaar geworden – kapitaal is dringend welkom en de normen zijn gaandeweg allang verlaagd.

Op Wall Street valt niet alleen het woord recessie. David Bullock, directeur van Advent Capital Management: „De kans op een Depressie is meer dan vijftig procent”.

En dan de olie. T. Boone Pickens zendt tegenwoordig televisiespotjes uit. Daarin vertelt hij hoe Amerika in 1970 nog 24 procent van zijn olie invoerde, in 1990 al 42 procent en nu 70 procent. De grootste verplaatsing van welvaart naar andere landen in de Amerikaanse geschiedenis, zo noemt hij het en voegt eraan toe: „Ik ben mijn hele leven een olieman geweest, maar hier valt niet meer tegen op te boren”. (Hij propageert een duurzaam alternatief, zie www.pickensplan.com)

Amerika heeft zichzelf door opeenhoping van schulden en door dure grondstoffen in een kwetsbare positie gebracht ten opzichte van de buitenwereld. Curieus genoeg wordt het buiten de vakbladen grotendeels verdrongen. De verkiezingscampagne gaat er amper over. Die gaat gewoon weer over vaderlandsliefde en veiligheid en wie van de twee kandidaten de meest solide vent is. John McCain zegt openlijk dat hij van economie niet zoveel weet. Barack Obama reist door het Midden-Oosten en Europa op zoek naar mediagenieke achtergronden om zijn kiezers thuis te laten weten dat hij zijn weg in de boze buitenwereld weet te vinden. Hij spreekt over de verspreiding van kernwapens, over Irak, Iran en Afghanistan – allemaal belangwekkende thema’s overigens. Maar ook hij praat niet over de grote verschuiving van krachtsverhoudingen in de wereld en de groeiende Amerikaanse afhankelijkheid.

Je moet er kennelijk ook niet over beginnen. De rabiate maar veel bekeken zender Fox heeft het geregeld over defaitisten en negativisten, wanneer het onderwerp even boven water dreigt te komen, zoals heel voorzichtig in het recente boek van Fareed Zakaria The post-American world. Wie erover begint, gelooft kennelijk niet in Amerika, is dus geen ware patriot. Het succes van Amerika en zijn positie zijn blijvend, zegt ook minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, want „de dynamiek, de kracht en de weerbaarheid van de Amerikaanse samenleving” zijn uniek.

De Reagan-bibliotheek ligt bovenop een heuvel. Langs de brede oprijlaan omhoog hangen de portretten van alle voorgangers, te beginnen bij George Washington met dan op de top Ronald Reagan. Als je weer wegrijdt, kom je onderweg nog twee portretten tegen, die van Bill Clinton en van George W. Bush. Maar, zo verzekert een gids desgevraagd, dat het dan bergafwaarts gaat, ligt enkel en alleen aan het landschap hier ter plaatse.

Reageren kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)