Frankrijk heeft er een afvalgigant bij

Sinds gisteren staat het Franse Suez in tweeën aan de beurs genoteerd.

Omdat Sarkozy een nieuwe energiegigant wilde, heeft hij er ook een afvalreus bij.

De vuilniswagens van Sita die bij 14 miljoen mensen in Nederlandse, Belgische en Duitse straten langsrijden, hebben gisteren een andere thuishaven gekregen op de beurs in Parijs. Zo wilde de Franse president Sarkozy het, en zo is het gegaan.

Tot eergisteren hoorde de Franse afvalverwerker Sita nog bij de Frans-Belgische energie-, water- en afvalgroep Suez. Sinds gisteren hoort het bij Suez Environnement, afgescheiden van het moederbedrijf als aparte groep met een eigen beursnotering. Tegelijkertijd is de energiegroep Suez gefuseerd met het Franse ex-staatsbedrijf Gaz de France tot GDF Suez.

Het resultaat is dat sinds gisteren twee keer Suez voorkomt in de grote namen op de Franse beurs. Een keer in GDF Suez, het energiebedrijf dat binnenkwam als tweede beursfonds. En één keer in Suez Environnement, dat alle water- en afvalbedrijven van Suez groepeert, waarvan naast Sita die van waterbedrijf Degrémont de bekendste zijn.

Ook deze water- en afvaltak is een aanzienlijke groep. Met 62.000 werknemers, een omzet van 12 miljard euro in 2007, 44 miljoen klanten voor de watertak en 46 miljoen voor het afval, is Suez Environnement een van de grotere water- en afvalverwerkingsgroepen in Europa. Net kleiner dan zijn grote, eveneens Franse concurrent Veolia, dat ook transport doet.

Maar waarom moest de groep apart van de energietak? Niet omdat de aandeelhouders van Suez zo betere financiële mogelijkheden zagen. Ook niet omdat Suez het graag wilde uit bedrijfstrategische overwegingen. De bestuursvoorzitter van Suez, Gérard Mestrallet, heeft zich juist lang verzet tegen de afsplitsing.

Het separate Suez Environnement is, zou je kunnen zeggen, een ongelukje, geboren uit een onbedoeld lange vrijage – tweeënhalf jaar – tussen Gaz de France en Suez. Beide groepen wilden in februari 2006 snel met elkaar versmelten, geholpen door de Franse regering die kans zag op een nieuwe Franse energiekampioen, na Total, EDF en Areva.

Maar nadat Franse vakbonden via de rechter uitstel hadden afgedwongen tot medio 2007, drong zich een nieuw probleem op. Suez was zoveel meer waard geworden dan Gaz de France, dat een gelijkwaardige fusie een illusie was geworden. Het zou de facto een overname zijn van het geprivatiseerde GDF door Suez. Dat was politiek onverkoopbaar voor Parijs.

President Sarkozy zinspeelde daarom vorig jaar op andere opties voor Gaz de France, zoals een fusie met EDF. Uiteindelijk kwam hij terug bij Mestrallet. Met een compromis: haal Suez Environnement eraf, dan zijn Suez en GDF alsnog even groot. Na een zomer onderhandelen gingen Mestrallet en de belangrijkste aandeelhouders akkoord. Ook de aandeelhoudersvergadering stemde in.

De schepping van Suez Environments als aparte groep is dus een spin-off van de fusie tussen Gaz de France en Suez, zoals topman Jean-Louis Chaussade het gisteren uitdrukte bij een presentatie in Parijs.

Maar naast hem stond nog altijd Mestrallet, die behalve nummer één van GDF Suez ook non-executieve president van Suez Environnement is. En trots. Suez Environment, zei Mestrallet, kan nu profiteren van het beste van twee werelden: een „grotere zichtbaarheid” door een eigen beursnotering. En een „stabiel aandeelhouderschap”, want Suez Environnement blijft stevig in handen van Suez. De groep GDF Suez bezit 35 procent van Suez Environnement. De overige 65 procent is naar de beurs.

Jean-Louis Chaussade maakte gisteren duidelijk dat hij zijn nieuwe zelfstandigheid niet wil gebruiken om van strategie te veranderen. Suez Environnement blijft „voorzichtig” zoeken naar groei, zonder grote overnames en in samenwerking met lokale partners. Buiten Europa, in Rusland, het Midden-Oosten en Azië, is Suez Environnement „heel selectief”.