Toegepast roken

„Een Nederlander die de Tour wint, dat is geweldig.” Waar in dit citaat de komma staat, laste Jan Janssen een pauze in, precies lang genoeg om het tweede deel van een extra lading te voorzien. Maar dan komt die hand in beeld. Jan Janssen bekrachtigt het gezegde door aan een bijna opgerookte sigaret te zuigen.

Ik liep net langs de televisie toen dit zwartwitfragment werd vertoond. Jan Janssen zag er gezond en tevreden uit. En ik herinnerde me dat ik die beelden lang geleden ook al eens had gezien. Ik was tien, en nam nogal aanstoot aan dat hijsje van die sigaret. Een sportman die rookt, mijn idool nog wel, daar moest ik even van bijkomen. Volwassen mensen rookten, mijn vader deed het ook, in feite waren ze daar volwassen voor geworden. Maar sportmannen hoorden dat gewoon niet te doen.

Wist ik toen veel dat Jan Janssen best op therapeutische basis aan het roken kon zijn. Daar kwam ik achter nadat ik als twintiger mijn eerste schreden in het profpeloton had gezet. Er werd gerookt door renners, zij het met mate, en dat roken diende een doel. Ik laat nu even het stevig doorpaffen op feestelijke gelegenheden met veel drank tijdens de winterrust buiten beschouwing – hoewel dat in bepaald opzicht ook therapeutisch genoemd kon worden. Er bestonden nuttige, heilzame toepassingen van de tabak, en ik leerde ze kennen. Een voorbeeld van toegepast roken:

Een Touretappe van tweehonderd en nog wat kilometer door Bretagne, een eindeloze opeenvolging van beklimmingen en afdalingen. Niet een parcours om echt kapot op te gaan. Uit zo’n dag kwam ik meestal tevoorschijn met een verschrikkelijke tonus op de spieren – wat op zich een uitstekend signaal is. Maar soms was die tonus zo hels dat het weer onverdraaglijk werd. Dan haalde ik een sigaret op bij de soigneur, Marlboro rood meestal, en ging gestrekt op bed, het rugnummer en de koerspet nog op, met gesloten ogen liggen roken. Ik voelde de ontspanning in de benen zakken, ik was gered.

Zou er tegenwoordig nog toegepast door renners worden gerookt?

Een deel van het peloton is op zeker moment – die periode heb ik niet meer meegemaakt – in elk geval aan de snus gegaan. Hoewel ik er de zin niet in kon ontdekken werden die kleine zakjes zelfs tijdens de koers onder de bovenlip geduwd. Wellicht is deze methode in onbruik geraakt.

Tabak in het wielrennen, ach het heeft zijn eigen kleine geschiedenis. Een halve eeuw geleden schijnt Gino Bartali een straffe roker geweest te zijn. De Spaanse klimmer José Manuel Fuente stond op een pakje per dag. Het zou me niet verbazen als de Tourwinnaar van 2008 zich de tonus van de spieren rookt met de elektronische sigaret.