Pas na je 75ste komen kwalen en het falen

Niet stoppen met werken na het pensioen is al vrij lang populair. Het kan ook best, vinden deskundigen. Mensen met één been kunnen nog heel goed de post bezorgen. In een auto.

Mensen van 75 jaar, díe zijn oud, zegt Rudi Westendorp, hoogleraar ouderengeneeskunde aan de Universiteit Leiden. Dan pas krijgen de meesten last van kwalen en falen en komen ze daar ook niet zo makkelijk meer overheen. „Tot die leeftijd is er in de regel niets aan de hand.”

Westendorp kan niet bedenken waarom zeventigjarigen niet zouden kunnen werken. Ze worden trager. Ze denken langzamer en tikken minder snel de toetsen aan van hun computer. Ze kunnen niet meer op hun top werken, maar is dat idee van een carrière niet achterhaald? Waarom zou je aan het eind van je loopbaan op je top moeten werken? Zelf is hij 49 jaar en afdelingshoofd in het LUMC. „Dat zie ik mezelf niet meer doen als ik 65 ben.”

Er kwamen vooral afwijzende reacties op het voorstel van minister Donner van Sociale Zaken om de pensioenleeftijd te verhogen naar misschien wel zeventig jaar. Maar doorwerken tot je zeventigste kan best, zeggen wetenschappers. Werken doet mensen goed, zegt Westendorp. Het brengt structuur, contacten, beweging. „Niet voor niets zijn er bewegingsprogramma’s als ‘hup met de heup’ voor gepensioneerden.”

Bij uitzendbureau 65plus in Breda waar bijna zevenhonderd ouderen staan ingeschreven, zeiden mensen gisteren zonder uitzondering door te willen werken – graag zelfs – als ze dat maar op hun eigen voorwaarden kunnen doen: niet te veel, niet te hard, niet te snel.

Marc Hellemonds van 69 jaar uit Breda – grijs gemillimeterd haar en een groene Ralph Lauren trui – meldt zich twee of drie dagen per week om half acht in de ochtend bij Vivisol in Oisterwijk. Dat bedrijf levert beademingsapparatuur aan patiënten. Hij krijgt er een lijst met adressen die hij die dag zal bezoeken. Met een busje vol zuurstofflessen en elektrische aansluitapparatuur rijdt Hellemonds dan het land door. Van Groningen tot Zeeland en Limburg. „Prachtig, dan ontdek je je eigen land pas echt”, zegt hij.

Hij ergert zich zelfs minder aan de files. Toen hij een zeefdrukkerij had betekende tijd geld. Nu denkt hij: ‘ach, dan ben ik maar een half uurtje later thuis’. Over een half jaar wordt hij zeventig. Ook dan blijft hij werken, zolang het kan. Thuis zitten vindt hij niks.

An Koenen van 65 jaar uit Galder zegt dat het werk haar leven „meer zin” geeft. Sinds mei deelt ze bij de Raad voor de Kinderbescherming een fulltime baan met een vrouw van 68 jaar. De ene week werkt ze drie dagen, de andere week twee. „Ik wil mijn grenzen blijven verleggen, dat heb ik gewoon nodig.”

Maar als je wat langer met werknemers van boven de 65 jaar praat en een kopje koffie met ze drinkt, zegt directeur Hans van de Pol van het productiebedrijf Media Motion in Breda, dan vertellen ze dat ze het het geld ook hard nodig hebben. Of ze willen de levensstandaard behouden van voor hun pensioen.

Van de twaalf euro per uur, achttien uur in de week, bestelt Marc Hellemonds eens een sigaar bij zijn glas bier op het terras. Hij gaat ervan uit eten of, zoals dit jaar, op vakantie in Portugal.

Met het geld dat An Koenen verdient bij de raad kan ze een keer extra op vakantie: vier keer dit jaar, met haar man. Hun zoon opzoeken in Amerika of skiën. „Ik heb altijd een riant salaris gehad. Alleen een AOW en pensioen zijn geen vetpot. Nu kan ik mijn luxe leventje behouden.”

Bij het productiebedrijf van Hans van de Pol werken drie uitzendkrachten die ouder zijn dan 65 jaar. De oudste is de 71-jarige Peter Jonkers, hij werkt vier halve dagen per week in de technische dienst. Hij repareert alle machines en bestelt de onderdelen. „Ouderen hebben een geweldige arbeidsethos”, zegt directeur Van de Pol. „Een verkoudheidje? Ach. Jongeren zouden nog van hen kunnen leren.”

Of oudere mensen kunnen werken hangt vooral af van de werkomstandigheden en níet van iemands gezondheid, zegt Judith Sluiter. Ze doet bij het Coronel Instituut van het AMC in Amsterdam onderzoek naar het werkvermogen van mensen.

Mensen met één been kunnen best postbode zijn, als ze de post maar met de auto kunnen brengen. En mensen met reuma kunnen hun werk vaak prima doen als ze een uurtje later kunnen beginnen, of een wat langere pauze kunnen nemen. „Als we langer door moeten werken zullen werkgevers veel flexibeler moeten zijn. Dát zal het succes van de regeling bepalen.”

Zijn Nederlanders wel in staat te werken als ze 67 of 70 jaar zijn? „Dat weten we niet”, zegt ze. Nederlanders werken al anderhalve eeuw niet meer na hun 65ste dus dat heeft niemand kunnen onderzoeken. Ze zegt wel dat het een illusie is om te denken dat bijna iedereen in staat zal zijn tot 70 jaar te blijven werken.

Van de Nederlandse zestigjarigen werkt nu ook maar 10 tot 20 procent, zegt ze. Vuilnis ophalen, luchtverkeer leiden zijn of branden blussen is niet te doen tot je zeventigste. Bij dat soort beroepen – fysieke inspanning, deadlines, piekbelasting – is nu soms ook al geregeld dat het echt zware werk bijvoorbeeld maar gedurende een periode van twintig jaar mag worden gedaan.

Ook Hans van de Pol van het productiebedrijf denkt dat doorwerken tot je zeventigste veel van mensen vraagt. „Pff, dat is oud hoor. Zelfs de drie ouderen die wij momenteel hebben, drie vitale kerels, zie ik niet fulltime werken.”