Mijn taak bestaat uit converseren

Arnon Grunberg werkt undercover als cateraar bij het Zwitserse spoor. Aflevering 8 van een serie.

De trein naar München zit deze middag propvol. Passagiers blokkeren het gangpad. De collega van de minibar beklaagt zich dat hij er niet doorheen komt met zijn karretje.

Ik werk samen met Brandic uit Kroatië, een man met een somber, bijna filmisch gezicht, die net als de meeste van mijn collega’s al jaren op restauratiewagens werkt.

Ik zou dat niet volhouden. Na ongeveer een week werk is de wereld een rijdende trein geworden. Elke stap een scherpe bocht.

Het personeel van de restauratiewagen heeft drie onderwerpen van gesprek: collega’s die niet goed schoonmaken, fooien en vrouwen.

Brandic zwijgt over fooien en collega’s, slechts af en toe doet hij zijn mond open over een vrouw en zelfs dan zeer summier. „Aan tafel drie hete vrouw,” fluistert hij.

Het is alsof hij de beursberichten voorleest.

Een vriendin van me rijdt vandaag mee op dit traject. Helaas heeft Brandic over haar niet gezegd dat ze heet is.

Brandic doet het liefste alles zelf. Mijn taak bestaat vandaag uit converseren.

Een goed verzorgd echtpaar op leeftijd leest beurtelings uit Enduring Love van Ian McEwan. Ik informeer of ze ook het vroegere werk van McEwan kennen.

Het blijkt om een gepensioneerde Italiaanse diplomaat en zijn vrouw te gaan. Ze zijn op weg naar München voor een gesprek met een executeur-testamentair.

Brandic zegt: „Ga zitten en praten. Ik werk wel.”

Hoe meer ik zit hoe minder fooi hij met mij hoeft te delen. Ook goedheid komt voort uit economische motieven.

Een dame alleen klaagt over de hitte.

„Ik heb astma en ik ga hier bijna dood,” zegt ze.

Ze komt uit Starnberg. Ze spuit een spray in haar mond.

„Ik kan er niets aan doen,” zeg ik. „Kunt u nagaan hoe het voor ons is, die hier dag in dag uit moeten werken.”

Ik voel me een gigolo, maar het is geen onprettig gevoel.

De vriendin gaat naar de wc in de eerste klas.

„Volg me over twee minuten,” zegt ze.

In het leven gaat het erom je fantasieën uit te leven op zo’n manier dat je er redelijk ongeschonden uitkomt. Het is natuurlijk ook prettig als de anderen er redelijk ongeschonden uitkomen.

Als ik terugkom van het toilet, mijn uniform zit tiptop, begin ik de tafel van de diplomaat en zijn vrouw af te ruimen.

De man is er niet meer, de vrouw leest nu de Herald Tribune.

„U bent een fast operator,” zegt ze met een glimlach.