Komkommertijd of het einde der tijden

Het was een zware zit gisteravond. Politiek Den Haag is met reces en de videorecorders in Hilversum en Aalsmeer spelen voornamelijk oude banden af. RTL 4 presteerde het om binnen een tijdsbestek van vijf uur twee programma’s te herhalen. RTL 5 zond in krap twee uur tijd twee keer dezelfde realitysoap uit. En wie geen zin had in Gooische Vrouwen – en ook niet van plan was om er, op advies van presentatrice Bridget Maasland, één te worden – kon praktisch de halve avondprogrammering van RTL 8 wel overslaan.

Alleen Netwerk deed nog een poging actueel te lijken met een reportage over het Zeeuwse mosselvissersdorp Yerseke, dat in zijn bestaan wordt bedreigd door een (tijdelijk) verbod op het zaaien van mosselzaad in de Waddenzee, opgelegd door de Raad van State. Onder de getroffenen mosselvisser Johnny Dhooge – een Zeeuw die grossierde in wonderlijke spreekwoorden, waarvan dit toch wel mijn favoriet was: „Wie niet zaait, kan ook niet maaien”.

Johnny is, zo te horen, in een vorig leven nog verantwoordelijk geweest voor de grasmat in de Amsterdam Arena.

Niet dat ik het leed in Yerseke wil bagatelliseren – er staan in het 6500 inwoners tellende dorpje maar liefst 3500 banen op de tocht, dus dat mag je gerust een plaatselijke kredietcrisis noemen. Maar voor de goede journalistieke orde: het besluit van de Raad van State om het mosselzaaien op te schorten totdat duidelijk is of het beschermde Waddennatuurgebied er schade van ondervindt, dateert toch alweer van ruim vijf maanden geleden.

Het is, kortom, onvervalst komkommertijd.

Geen nieuws, dan maar tweeduizend jaar terug in de tijd, dacht ik – en zo belandde ik na enig zapwerk bij het beste tijdschrift op tv: National Geographic. Daar werd gisteravond in de documentaire Bible Uncovered: Secret code of revelations de weinig opbeurende vraag opgeworpen of de apostel Johannes uit het Nieuwe Testament dan toch gelijk had in zijn voorspelling dat het Einde der Tijden nadert.

Voor wie het verhaal niet kent: Johannes was een volgeling van Jezus die vanwege zijn praatjes door de Romeinse keizer Nero werd verbannen naar een grot op één of ander eiland, alwaar hij een visioen krijgt van een ware Apocalyps. De zon wordt zwart, de maan wordt rood en terwijl de vuurregens op de aarde neerdalen en de oceanen zich vullen met bloed, beginnen moordlustige sprinkhanen lukraak mensen te doden. Tweehonderd miljoen krijgers te paard brengen uiteindelijk een derde van de mensheid om. Enige lichtpuntje: alle gelovigen worden verlost en gaan naar de hemel. De ongelovigen daarentegen branden voor eeuwig in de hel.

Ai.

Het verontrustende is niet zozeer dat ik al mijn hele leven lang een goedgemutste atheïst ben, maar eerder dat anno 2008 nog altijd een paar honderd miljoen mensen dit verhaal iets te letterlijk nemen. In de Verenigde Staten alleen al, zo rekent de voice-over van National Geographic voor, is bijna 55 procent van de stemgerechtigde volwassenen ervan overtuigd dat het einde der tijden slechts een kwestie van geduld hebben is – en een harde kern gelooft dat je het voortschrijden van de tijd best wat mag helpen.

Tot die kern behoort ook George W. Bush, de wereldleider die vijf jaar geleden onder valse voorwendselen een oorlog begon, omdat – en ik citeer nu de president zelf – „God mij opdroeg Saddam aan te vallen” om „een nieuwe wereldorde” in te luiden. Goh, over iets soortgelijks had Jezus het ook, toen hij vermomd als lam voor Johannes verscheen: eerst oorlog, dan verlossing. Jammer genoeg is het van dat laatste nooit gekomen.

Ik geef u: vorige week in Irak.

Maandag: 7 aanslagen, 28 doden. Dinsdag: 4 aanslagen, 54 doden. Woensdag: 6 aanslagen, 27 doden. Donderdag: 4 aanslagen, 7 doden. Vrijdag: 4 aanslagen, 6 doden. Zaterdag: 5 aanslagen, 13 doden. Zondag: 6 aanslagen, 23 doden.

Rest mij nog maar één vraag. Hoezo komkommertijd?