In Vejer de la Frontera was altijd alles anders

Ongerept was de streek, tot de rijke Engelsen naar Vejer kwamen om er huizen op te kopen. Die hausse is ook weer voorbij nu de Spaanse onroerendgoedmarkt is ingestort. Wat nu?

Nee, de veeteelt in Vejer is geen vetpot meer, vertrouwt Juan Morillo de bezoeker toe. Aan de restauranttafel is de stemming bedrukt. Goed, het vlees in de winkel wordt voortdurend duurder, zegt Morillo, maar hij merkt vooral dat hij meer moet betalen voor het voer van zijn kudde van zo’n 150 koeien. En de prijs die hij voor zijn pinken vangt, verschilt niet veel van die van eind jaren zeventig. Ga er maar aan staan, zegt hij.

In Vejer de la Frontera, een vestingstadje in de provincie Cádiz, was vroeger ook alles anders. Kleinschalige landbouw en veeteelt, dat was waar inwoners traditioneel hun brood mee verdienden. Suikerbieten voor de drie lokale suikerfabrieken, graan, wat groenten en fruit. De meloenen genieten bekendheid, net als de zoete aardappel. En natuurlijk de rijst op de uitgestrekte velden van de familie Domecq, maar die telt eigenlijk niet mee want die woont niet in Vejer.

Toen, eigenlijk nog niet eens zo lang geleden, lag Vejer er nog ongerept bij. Dat kwam door dictator Franco, die de streek tot militair gebied had verklaard. Op heldere dagen kijk je hier diep in de Rif aan de overkant van de zeestraat. Franco wilde voorkomen dat de Moren in de verleiding kwamen om de oversteek weer te wagen.

De stranden van Vejer lagen uit de toeristische route. Het kon er soms hard waaien. Behalve wat surfers, Italiaanse neohippies en overzomerende junkies uit Sevilla kwam naar Vejer verder niemand en bleef het er rustig. Afgezien van wat oude, gevluchte Duitse nazi’s kwam je er eigenlijk nooit een buitenlander tegen.

Vejer was anders dan de dorpen in de omgeving, vertelt Juan Morillo. Daar moesten dagloners zwoegen als horigen voor de hertogen van Medina Sidonia. In Vejer waren ze ooit tegen de inhalige hertog in opstand gekomen en hadden ze bij hem voor elkaar gekregen dat ze over eigen, gemeenschappelijk land mochten beschikken. Het vruchtgebruik wordt tot op de dag van vandaag om de vier jaar onder de inwoners verloot. Zo beschikte iedereen altijd wel over land om wat op te verbouwen of het vee op te laten grazen. Er is water genoeg, een beetje mest en wat insecticide: zo’n stukje land rendeert al snel.

Toetreding tot de EU bracht de komst van de gemeenschappelijke markt: voordelen, maar ook nadelen. En dan tegenwoordig: dure brandstof, hoge kosten. Veel kleine boeren houden het voor gezien. De Morillos – Juan, zijn broer en hun bejaarde vader – gaven de suikerbieten er al tien jaar geleden aan.

De echte verandering kwam rond de eeuwwisseling. Aangetrokken door populaire televisieprogramma’s over huizen in Europa, streken er zwermen Engelsen neer. Ze kochten de huisjes in Vejer met de verhypothekeerde overwaarde van hun appartementen in Londen. De afgebladderde huizen in het oude stadscentrum gingen al gauw voor astronomische prijzen van de hand. Dat was leuk meegenomen, want de dorpelingen hadden in de jaren zeventig en tachtig hun huizen in de oude stad met zijn smalle, steile straatjes verruild voor de nieuwbouw buiten de stadsmuren. Daar kon je tenminste je auto kwijt. Zo verdween in een paar jaar tijd een economie die eeuwenlang was gedicteerd door de landbouwseizoenen.

De andere economie kwam op. Er werd vertimmerd, geverfd en verbouwd dat het een lieve lust was. De ene na de andere boer werd aannemer, plotseling doken makelaars op in het dorp. Slimme stadse lui begonnen snuisterijenwinkeltjes en restaurants. Het hotel in het oude klooster kreeg concurrentie van La Califa, een hotel van een Brit die zich bij de inrichting door het Moorse verleden van de stad liet inspireren.

Ondanks het onverstaanbare lokale dialect, dankbaar onderwerp van spot in de rest van Spanje, kreeg Vejer een taalacademie voor buitenlanders die Spaans wilden leren. De afgebladderde boekwinkel tegenover het klooster werd verbouwd en begon Britse, Franse en Duitse kranten te verkopen. Vejer en zijn kust werden plotseling hot bij Spaanse kunstenaars en politici. En bij buitenlanders die iets authentiekers wilden dan een kroket of de Bierstube in Torremolinos. De nieuwkomers brachten in de straatjes van Vejer nieuwe welvaart: steeds minder tweetaktbrommers, steeds meer dieselende fourwheeldrives.

De socialistische burgemeester Antonio Verdú wreef zich vergenoegd in de handen. Drie jaar geleden, in het gemeentehuis boven de pittoreske Plaza de España, vertelde deze ambitieuze zoon van de dorpskapper al dat zijn stadje mee moest in de vaart der volkeren. En dus werd een van de mooiste heuvels bouwrijp gemaakt voor een nieuwe wijk die het inwonertal van het Vejer (20.000) bijna zou verdubbelen. Het moest een soort Andalusisch dorp worden, verklaarde Verdú, met witte huizen zoals in het oude centrum, maar dan nieuwbouw en met straten waar je je auto kan parkeren. Speciaal bedoeld voor buitenlanders. Alba, zo werd de wijk gedoopt. In september worden de eerste huizen opgeleverd.

Intussen keerde het tij. De bouw in Spanje, die speculatieve reus op lemen voeten, zakte als een pudding in elkaar. De Engelsen hebben plotseling geen overwaarde meer om te verhypothekeren. Het woord crisis zoemt rond in de Spaanse economie. Nadat de eerste projectontwikkelaar van Alba failliet was gegaan, zijn de plannen voor het Andalusisch Disneyland drastisch bijgesteld. In het galmend lege verkoopkantoor verklaart verkoopster Rocío Sánchez dat de gerealiseerde kavels gelukkig praktisch zijn verkocht. „Maar de tijden dat er ongezien een paar huizen per dag over de toonbank gingen, zijn voorbij.”

Op het land geen suikerbieten, de huizen in het slop: hoe moet het verder met Vejer? In een fraaie dubbele villa in La Muela, een heuvelgebied tegenover de stad, woont Marta Angulo. Zij organiseert als zelfstandig ondernemer culinaire tours in Spanje. Samen met haar man, die masseur is, haar broer de medicijnenvertegenwoordiger en diens vrouw (arts) is zij het noordelijke Burgos ontvlucht om neer te strijken in het goede leefklimaat in Cádiz. Vrije beroepen, kunstenaars, thuiswerkers: je komt ze hier steeds vaker tegen, zegt Angulo. De grote stad met haar hectiek en luchtvervuiling verruild voor een bestaan op het platteland. „Als je wilt, kan je ook vanuit hier werken’’, aldus Angulo.

Op het plattelandschooltje van dochter Claudia komt eenderde van de leerlingen van buiten. De dorpelingen, zelf soms vrijwel analfabeet, willen nu dat hun kinderen Engels leren en op zwemles gaan. Vejer bouwt aan een film- en theaterhuis. Het overdekte zwembad is af. Beneden aan de heuvel is een begin gemaakt met de bouw van het regionale ziekenhuis. Vlak ernaast ligt de snelweg naar Cádiz, die nu nog abrupt stopt bij Vejer, maar straks wordt doorgetrokken naar Algeciras. De infrastructuur ligt klaar, de nieuwe economie van stadsmigranten kan ontluiken.

Er zijn natuurlijk hobbels te nemen: internet gaat tergend langzaam, omdat het bereik van de umts-antenne niet ver genoeg gaat. Mobieletelefoonverbindingen zijn lang niet altijd vanzelfsprekend op het Spaanse platteland. Aansluiting met de bevolking is er ook nauwelijks: de nieuwkomers hokken liever bij elkaar. Het pas opgerichte toneelgroepje in het dorp bestaat uitsluitend uit mensen van buitenaf.

Cultuurverschillen zijn niet altijd makkelijk te overbruggen. Neem de eerste communie. Voor de lokale bevolking nog altijd reden voor een groot kinderfeest. De jongetjes worden in een soort admiraalspak gehesen, de meisjes in een bruidsjurk, cadeautjes bij de vleet. Daar moet een alternatief op gevonden worden dat zich kan meten met dit festijn. Angulo denkt aan een overdonderend bezoek aan een pretpark.

Maar teruggaan naar de stad: ze moet er niet aan denken. „De kwaliteit van het leven is hier aanzienlijk beter”, zegt ze. Vanaf de veranda kijkt zij op de tuin met zijn enorme groene sparrenbomen die afsteken tegen het gefilterde licht van de onbewolkte hemel boven de Straat van Gibraltar. De omgeving blijft onveranderd het grote werkkapitaal waar de economie van Vejer het van zal moeten hebben.

Zie voor de vorige afleveringen van deze zomerserie over de economie van het dorp: nrc.nl/economie