Gekleurd onderwijs

De etnische segregatie in het Nederlandse onderwijs is om verscheidene redenen riskant voor de samenleving. Arme kinderen van buitenlandse afkomst presteren minder goed dan ze zouden kunnen wanneer ze op school onder elkaar blijven. Het taalniveau in de klas blijft ondermaats doordat er te weinig goed Nederlands sprekende kinderen zijn die het gemiddelde omhoog trekken.

Op de segregatie in de basisschool volgt de gesegregeerde schoolkeuze in het middelbaar onderwijs. Wel 95 procent van de kinderen van laagopgeleide allochtonen gaat naar het vmbo. Uit een vergelijkend onderzoek onder 15-jarigen in de 55 rijke, ontwikkelde landen blijkt dat die achterstandsleerlingen vrijwel nergens zo slecht af zijn als in Nederland. Het risico is dat de segregatie op school dreigt te worden voortgezet in segregatie in het latere leven.

Dit probleem is niet snel weg. Amerika, dat al eeuwen immigranten met miljoenen tegelijk ontvangt, heeft het nog steeds niet opgelost. Gesegregeerd onderwijs vloeit voort uit gesegregeerd wonen. Mensen zijn nu eenmaal vrij om zich te vestigen waar ze willen. Grote steden als Amsterdam en Rotterdam dienen als toegangspoorten voor immigranten. Maar liefst 70 procent van de leerlingen in die steden is van buitenlandse afkomst, met meestal laagopgeleide ouders.

Een school met slechts 30 procent autochtone leerlingen, van wie een deel hoogopgeleide ouders heeft, heeft een grote achterstand. Kinderen krijgen daar minder kansen dan op andere scholen. Gedwongen desegregatie van scholen in de grote steden zou dus leiden tot een massale vlucht naar de voorsteden van mensen die het kunnen betalen. De segregatie zou groter worden dan ze al was.

Het gaat te ver om dan ter wille van de desegregatie kinderen in schoolbussen tussen steden en voorsteden te gaan vervoeren. Uit het Amerikaanse voorbeeld blijkt dat ouders daar op den duur weinig voor voelen, ook de arme niet.

Desegregatie is overigens niet zozeer een kwestie van zwart-wit als wel een kwestie van inkomensverschillen. De Nederlandse overheid kan wel gedeeltelijke desegregatie bevorderen. Scholen met 40 procent arme kinderen blijken nog goed mee te komen. Maar een hoger percentage werkt als een rem op de prestaties.

Er zijn oplossingen denkbaar. In bepaalde wijken kunnen scholen dubbele wachtlijsten hebben, één voor arme en één voor wat beter gesitueerde kinderen. In Rotterdam is daarmee al met succes geëxperimenteerd. Zoals in deze stad, op het Libanon Lyceum, waar ook met ‘Wereldklassen’ wordt gepoogd witte kinderen naar deze overwegend zwarte school te lokken, zo bleek uit een artikel in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. Dat is enigszins gelukt. Interessant is eveneens de magneetschool in arme wijken, die zo aantrekkelijk is gemaakt dat ook welgestelde ouders hun kinderen erheen sturen.

Het valt ouders niet te verwijten dat ze het beste willen voor hun kind. Bij elk plan moeten zij betrokken worden. Dwang is uit den boze. Het kan aantrekkelijker worden gemaakt om uit deze patstelling in het onderwijs te komen.