Eisen EU waren onrealistisch

Bulgarije voldoet nu toch niet aan de politieke criteria voor EU-lidstaten. Maar wat precies goed bestuur is moet bij de toetreding duidelijk worden gemaakt, meent John Heck.

Gezien de ongewoon harde toon in het op 18 juli verschenen voorlopige rapport van de Europese Commissie, ziet het ernaar uit dat de Europese Commissie haar dreigement gaat uitvoeren om bijna 1 miljard Euro voor Bulgarije bestemde Structuur- en Cohesiefondsen te blokkeren. Blijkbaar is de Bulgaarse regering er niet (op tijd) in geslaagd om de sterke verwevenheid tussen corruptie en georganiseerde misdaad met Bulgaarse overheidsinstellingen zichtbaar terug te dringen. In het Commissierapport wordt gewezen op een aantal oorzaken van het falend Bulgaarse overheidsbeleid dat corruptie en georganiseerde misdaad in de hand zou werken zoals ontoereikend financieel beheer, zwak overheidsmanagement, gebrek aan interdepartementale coördinatie, groot verloop van ambtenaren en een de facto niet onafhankelijke Rekenkamer.

Op zich nuttig en noodzakelijk dat aan de bel wordt getrokken, maar tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat diezelfde Commissie op al deze punten niet de bevoegdheid heeft om in lidstaten handelend, althans preventief, op te treden, behalve via het dichtdraaien van de geldkraan. Bulgarije is sinds 1 januari 2007 een lidstaat en dan wordt de inrichting van een overheid gerekend tot uitsluitend een binnenlandse aangelegenheid. Dit betekent wél dat de EU er kort voor de toetreding met open ogen mee heeft ingestemd dat Bulgarije voldeed aan de ‘politieke criteria’ van het lidmaatschap en daarmee het predicaat ‘democratische rechtstaat’ opgespeld kreeg. Wat de EU parten speelt, is dat een breed Europees bestuurlijk acquis, als toetsingskader voor het kunnen beoordelen van overheidsfunctioneren tijdens de toetredingfase, ontbreekt en er nu krokodillentranen lijken te vloeien. De huidige situatie had men vóór de toetreding kunnen zien aankomen.

Aan kandidaat-lidstaten voor de EU wordt in het kader van de Kopenhagencriteria de eis gesteld dat zij bestuurlijk in staat moeten zijn alle regels en doelstellingen van de EU op politiek, economisch en monetair gebied uit te voeren. Maar het realiteitsgehalte van dit criterium blijkt in het geval van Bulgarije niet te hebben gewerkt en vergelijkbare risico’s liggen bij de uitbreiding van de EU naar de Balkan op de loer.

Het is daarom beter in het vervolg organisatie en functioneren van overheden in kandidaat-landen te betrekken bij toetredingsonderhandelingen en deze te onderwerpen aan een nauwgezette screening zoals de Group of States against Corruption (GRECO) van de Raad van Europa dit regelmatig doet.

GRECO gebruikt daartoe een evaluatiekader dat antwoord geeft op vragen hoe het is gesteld met belangenverstrengeling, partijfinanciering, rekrutering van ambtenaren, omgaan met giften en maatregelen die preventie van corruptie moeten bevorderen. Deze organisatie somde al in 2005 een groot aantal aanbevelingen op die de Bulgaarse regering op het gebied van anti-corruptie zou moeten overnemen, waaronder die binnen de overheid zelf. Aanbevelingen van de Raad van Europa hebben echter niet de status (hardheid) van Europese Richtlijnen en kunnen dus gemakkelijk ter kennisneming en niet verplichtend worden aangenomen.

Het is daarom hoog tijd dat de EU in haar uitbreidingsplannen meer aandacht gaat schenken aan het belang van goed bestuur in kandidaat-lidstaten en op dit vlak strengere eisen gaat stellen. Niet incidenteel of achteraf, zoals nu in Bulgarije, maar structureel en vooraf.

John Heck is sinds vorig jaar adviseur van de regeringscommissie voor de Preventie en Bestrijding van Corruptie bij de overheid en rechterlijke macht in Sofia.