Een renteverlaging in de notulen

De Franse president Sarkozy wil dat de ECB haar vergadernotulen openbaar maakt. Dat zou politici een ingang geven in het monetaire beleid, met voorspelbare gevolgen.

„De Federal Open Market Committee besloot vandaag om het doel voor de federal fund rate te handhaven op 2 procent. Gestemd vóór deze actie: de heren Bernanke, Geithner, Kohn, Kroszner, en Mishkin, mevrouw Pianalto, de heren Plosser, Stern, en Warsh.”

„Gestemd tegen deze actie: de heer Fisher.”

Ziehier de notulen van de monetaire beleidsvergadering van de Amerikaanse centrale banken, gehouden op 24 en 25 juni van dit jaar, en gepubliceerd op 16 juli – vorige week woensdag. De tegenstem van Richard Fisher, voorzitter van de regionale Federal Reserve Bank van Dallas wordt gevolgd door een verklaring waarom hij de rente liever had verhoogd.

Zo kan het dus ook. De Britse centrale bank, de Bank of England, publiceert eveneens de notulen van haar vergaderingen. Maar de Europese Centrale Bank doet dat niet. Al voor de oprichting van de ECB, tien jaar geleden, woedde er al een felle discussie over de transparantie van de nieuwe Europese bank, waarbij het al dan niet publiceren van de notulen een hoofdrol speelde.

Mervyn King, destijds tweede man bij de Bank of England en tegenwoordig de president van de Britse centrale bank, drong er destijds al op aan dat de ECB het Britse en Amerikaanse voorbeeld zou volgen. „Ik zou de ECB op het hart willen drukken om, in een of andere vorm, de analyse van de economie, de mening over verschillende behandelde onderwerpen en de notulen openbaar te maken”, zei hij destijds.

De ECB zag ervan af, maar de druk om het alsnog te doen is gebleven. Gisteren werd bekend dat de Franse president Sarkozy meer ruimte wil voor de politiek om invloed uit te oefenen op de ECB. Hij zou graag zien dat de eurogroep van ministers van Financiën van de landen die meedoen met de euro een permanent secretariaat krijgt, dat er meer communicatie komt met de ECB én dat de centrale bank de notulen van de vergaderingen openbaar maakt.

Waarom verzet de ECB zich daartegen? Het bestuur van de centrale bank bestaat uit zes vaste directieleden en daarnaast de centralebankiers van alle aangesloten landen. Gezamenlijk nemen zij besluiten, waaronder ook die over het al dan niet verhogen van de rente. Als de stemverhoudingen openbaar zouden worden, dan zouden de nationale centralebankiers aan het thuisfront moeten uitleggen waarom zij voor of tegen hebben gestemd. Dat zou hen gevoelig kunnen maken voor nationale politieke druk, en het is nu juist de bedoeling dat zij zich gedragen alsof de eurozone een geheel is. Die nationale overwegingen spelen niet of nauwelijks in het Verenigd Koninkrijk en de VS.

Frankrijk mag dan altijd geneigd zijn geweest om een grotere politieke stem in de ECB na te streven, de grote tegenhanger in de eurozone Duitsland heeft daar nooit iets van willen weten. Gisteren zei een woordvoerder van het Duitse ministerie van Financiën dan ook meteen het idee van Sarkozy af te keuren. De politiek beslist overigens niet zelf deze kwestie: dat is aan de ECB zelf.

Dat het publiceren van de notulen in het belang zou zijn van de openbaarheid en transparantie van de centrale bank, is een kwestie van stijl. De ECB vergadert eens per twee weken op donderdag, en belegt na elke tweede vergadering een persconferentie waar een uur lang vragen op president Trichet kunnen worden afgevuurd. Dat doen de Amerikaanse en Britse centrale bank de ECB weer niet na. Interviews en persconferenties met de Fed-voorzitter zijn op zijn best gezegd hoogst zeldzaam. Tot 1994 werden rentebesluiten van de Fed niet eens bekendgemaakt: de markt moest dat later zelf in de praktijk maar uitvissen.

De presidenten van alle drie de centrale banken verschijnen regelmatig voor hun parlement, in het geval van de ECB is dat het Europees Parlement. En ECB-topman Trichet is zelf altijd aanwezig bij vergaderingen van de eurogroep.

Overleg genoeg dus, in het eurogebied, en ook de openbaarheid is dan wel anders ingericht dan elders, maar doet daar niet of nauwelijks voor onder. Waarom wil Sarkozy dan toch méér? Het antwoord is te vinden in 1998, toen de zojuist in functie getreden tweede man van de ECB, de Duitser Otmar Issing, de notulenvraag voor de zoveelste keer werd voorgelegd. „Het publiceren van stempatronen zou enkel resulteren in een druk om het monetair beleid te versoepelen”, aldus Issing. Een lagere rente dus. En daar is het Sarkozy, tien jaar na de oprichting, kennelijk vooral om te doen.