‘Druk van Nederland heeft geholpen’

Nederland blijft aandringen op volledige medewerking van Servië aan het Joegoslavië-tribunaal. De arrestatie van Karadzic is wel een stap in de goede richting.

Opgetogen reacties in Den Haag op het nieuws uit Belgrado dat Radovan Karadzic is opgepakt. „De Nederlandse regering is buitengewoon verheugd over de arrestatie”, aldus de officiële verklaring van vanmorgen.

Maar direct dringt zich de volgende vraag op: is deze ontwikkeling nu ook voldoende voor het land dat zich het afgelopen half jaar binnen de Europese Unie het meest onbuigzaam opstelde ten opzichte van het aanhalen van de banden met Servië?

Tot ergernis van de meeste van zijn Europese collega’s bleef minister Verhagen (Buitenlandse Zaken) hameren op de afspraak dat pas met Servië gesproken kon worden over een toekomstig EU-lidmaatschap als Belgrado „volledig samenwerkte” met het in Den Haag gevestigde Joegoslavië-tribunaal. Die samenwerking hield in dat de vier nog voortvluchtige verdachten, met als belangrijkste Radovan Karadzic en Ratko Mladic, zouden worden opgespoord. „Het beste bewijs van medewerking is dat Mladic op het vliegtuig naar Den Haag zit”, zei Verhagen diverse keren. Op Karadzic had hij minder hoop. Die zat volgens de geruchten die hem hadden bereikt „ergens in een klooster” en was dan ook „niet zo eenvoudig bij de arm te pakken”.

Maar het is nu dus toch de oud-Bosnisch-Servische leider Karadzic die is opgepakt en niet Mladic, van wie Verhagen nog eind maart zei over „voldoende informatie” te beschikken dat deze zich in Servië bevond. Hij zei toen tevens „voldoende informatie” te hebben om te kunnen zeggen dat de Servische autoriteiten „niet al het mogelijke doen om hem te arresteren”.

In de officiële reactie van vanmorgen laat Nederland zich niet uit over de vraag of er nu, na de arrestatie van Karadzic, sprake is van een dermate voldoende samenwerking om tot een normalisering van de betrekkingen met Belgrado te komen. „Welke gevolgen de Europese Unie hieraan moet geven in de relatie met Servië moet de komende weken worden bekeken”. Wel wordt eraan toegevoegd dat „het gemeenschappelijke doel” moet blijven „alle aangeklaagden voor de rechter te brengen”.

Verhagen liet vanaf zijn vakantieadres weten dat Nederland „blijft aandringen op de arrestatie van de resterende verdachten, en het opzetten van een getuigenbeschermingsprogramma”.

Maar is dit ook een keiharde Nederlandse voorwaarde om de deur voor Servië open te zetten naar lidmaatschap van de EU? De eerste stap daartoe is de zogeheten stabilisatie- en associatieovereenkomst, die kan worden beschouwd als een voorportaal van een volledig lidmaatschap. Om nog voor de parlementsverkiezingen in Servië de pro-Europese krachten gunstig te stemmen is dit akkoord eind april in Brussel ondertekend.

Maar tegelijkertijd werd er toen onder Nederlandse en Belgische druk afgesproken dat het pas in werking zou treden als Servië zich volledig had gecommitteerd aan de voorwaarden van het Joegoslavië-tribunaal.

Nederland en België konden de zaak binnen de EU zo opspelen omdat dit soort besluiten met unanimiteit genomen dient te worden. Vandaar ook dat minister Verhagen zichzelf nu op de borst klopt: „Mede door Nederlandse inspanningen is de noodzaak van Servische samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal op de internationale agenda blijven staan”, zei hij vanmorgen.

De eerste geluiden uit Brussel van bijvoorbeeld EU-buitenlandcoördinator Javier Solana wijzen er op dat het nu aan de Unie is een volgende stap te zetten. Hij zei te verwachten dat de openbaar aanklager bij het tribunaal, de Belg Serge Brammertz, snel zal oordelen dat Servië volledig samenwerkt. In dat geval kan Nederland niet blijven eisen dat ook de andere verdachten moeten zijn uitgeleverd. Blijft die verklaring van Brammertz uit dan kunnen de andere EU-landen opnieuw zware druk op Nederland en België uitoefenen om een toeschietelijker houding aan te nemen.

Er is een land als Italië dat veel dichter in de buurt van de Balkan-regio ligt nu eenmaal veel aan gelegen om Servië zo snel mogelijk een werkelijk uitzicht op een volledig lidmaatschap van de Unie te geven om daarmee de nationalistische krachten de wind uit de zeilen te nemen. De komende tijd zal moeten blijken hoe gevoelig Nederland met zijn Srebrenica-verleden voor dat argument is.