Denen: epo-test faalt vaak

Sporters die epo-doping gebruikten, hebben een flinke kans bij dopingcontroles vrijuit te gaan. Dat hebben Deense onderzoekers aangetoond. De Denen vinden dat de epo-dopingcontrole niet voldoet en ook niet meer te verbeteren valt. Invoering van een persoonlijk ‘bloedpaspoort’ voor sporters zou de oplossing zijn.

De Britse omroep BBC citeerde gisteren verschillende internationale deskundigen die de epo-controle van de internationale dopingbestrijder WADA op de hak namen. Zij vinden dat de WADA veel te traag is met invoering van het persoonlijke dopingdossier. Ze denken dat ook op de komende Olympische Spelen veel duursporters vrijuit gaan na epo-gebruik.

De Deense onderzoekers gaven acht studenten een gebruikelijke epo-kuur van vier weken: twee weken intensief (om de dag een injectie) en twee weken onderhoudskuur (één injectie per week). In de drie weken erna plasten de proefpersonen ook nog wekelijks voor de dopingcontrole.

De urinemonsters gingen naar twee officiële, door WADA geaccrediteerde dopinglabs. Eén lab gaf gedurende het hele experiment voor alle urinemonsters de uitslag ‘geen doping’. Bij het andere lab werden de acht epo-gebruikers wel gesnapt, maar alleen in de eerste twee weken van intensieve epo-injecties.

De weken erna zag het ‘goede’ lab twee keer epo-gebruik in 24 ingeleverde urinemonsters. In de laatste twee weken van het experiment testte geen van de deelnemers nog ‘positief’, maar hun prestaties op de hometrainer bleven ruim 5 procent hoger dan voor hun epo-injecties.

De resultaten van het Deense onderzoekers staan in een artikel op de website van het het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Applied Physiology.

Herman Ram, directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit, kent het Deense onderzoek nog niet gedetailleerd. Desgevraagd zegt hij over het onderzoek van de Scandinaviërs: „Wij accepteren dat een aantal gebruikers ontsnappen, om te voorkomen dat onschuldige sporters onterecht als dopinggebruiker worden aangemerkt. Hoeveel er ontsnappen weten we niet, want we weten niet hoeveel gebruikers er zijn onder de gecontroleerde sporters. Dat zeggen ze niet. Met tests kom je daar ook niet achter.”