Breukink blijft vaste waarde bij wielerploeg

Bij een biertje spraken ploegleider Erik Breukink en directeur Harold Knebel deze week af dat de oud-renner bij de ploeg blijft. „Hij is enorm belangrijk voor de ploeg.”

Maarten Scholten

Harold Knebel, sinds dit jaar directeur van de Rabobank Wielerploegen, vertelt op de tweede rustdag in de Tour dat hij een belangrijke keuze heeft gemaakt. „Wij gaan verder met Erik Breukink en hij met ons. Hij is enorm belangrijk voor de ploeg, voor de tactiek in de wedstrijd, voor de rust, voor de uitstraling.”

Officieel beweerde niemand van de Nederlandse wielerploeg het tegendeel. Maar in en rond de ploeg klonken de laatste tijd geluiden dat ploegleider Breukink wellicht zou weggaan, hoewel zijn contract doorloopt tot en met volgend jaar. De oud-toprenner lag onder vuur in de affaire-Rasmussen en maakte in de dagen voor de Tour een gelaten indruk. Op de persconferentie waar Knebel de contractverlenging van kopman Denis Mentsjov bekendmaakte, stond Breukink wat verloren in een hoek van de zaal. Ondertussen liep Nico Verhoeven, ploegleider van de succesvolle opleidingsploeg, zich warm.

„Erik heeft enorm onder druk gestaan door wat er het afgelopen jaar is gebeurd”, zegt Knebel in het rennershotel. „Maar hij heeft mijn vertrouwen nooit geschaad en ik naar ik hoop niet dat van hem. Ook in de Tour verloopt onze samenwerking uitstekend. Van de week hebben Erik en ik ’s avonds een biertje gedronken en uitgesproken dat we samen verder gaan. ‘Ik vertrouw je en wil met jou verder’. Volledig vertrouwen is voor mij enorm belangrijk.”

Een jaar geleden vormde de tweede rustdag in de Tour, toen in Pau, de inleiding voor het dieptepunt in de geschiedenis van de ploeg. Sponsor en ploegleiding verdedigden geletruidrager Michael Rasmussen, maar een dag later moest directeur Theo de Rooij de Deen uit de wedstrijd halen na leugens over zijn verblijfplaats vóór de Tour. Een week na de Tour stapte De Rooij zelf op, en na interim-manager Henri van der Aat nam bankier Harold Knebel op 1 maart de leiding over.

Sportief gezien heeft Rabo op het eerste gezicht nauwelijks te lijden van de wisseling in de top. Hoewel boegbeeld Michael Boogerd gestopt is, presteert de ploeg goed in de Tour. Mentsjov heeft nog volop kans op de eindzege, Oscar Freire won een rit en draagt de groene trui, de rest van de ploeg maakt in de slotweek over het algemeen een fitte indruk.

Toch is het de afgelopen maanden onrustig. Knebel wordt door een aanzienlijk deel van de ploeg gezien als buitenstaander, die door de sponsor is aangesteld om de wielerploeg te controleren. Hij maakte zich niet populair door Boogerd de avond na de Amstel Goldrace in een gesprek van vijf minuten te vertellen dat er voor hem geen functie is bij de ploeg, in tegenstelling tot wat was afgesproken. Tweede ploegleider Erik Dekker had al in maart gezegd dat hij geen kansen zag voor zijn oud-ploeggenoot. Maar na zijn laatste koers werd half april wel Jan Boven, Dekkers oud-meesterknecht, in de ploegleiding opgenomen.

Tegelijkertijd trok de nieuwe leiding de teugels strak aan. Alle renners moeten sinds dit jaar online hun whereabouts en trainingsgegevens invullen. Pr-man Luuc Eisenga, opvolger van de op onduidelijke gronden aan de kant gezette Jacob Bergsma, wilde interviews aanvankelijk voor publicatie lezen. De maatregel werd teruggedraaid, mede op verzoek van renners. Maar onwelvoeglijk taalgebruik in de media levert nog altijd een boete op. Het strenge beleid leidde tot ruzie met toprenner Thomas Dekker, die niet meedoet aan de Tour. ‘Regisseur’ Erik Dekker raakte het contact met zijn renner volledig kwijt. Terwijl collega’s als Tourrevelatie Laurens ten Dam onverminderd goede contacten onderhouden met hun ploeggenoot die morgen in de Ronde van Saksen start.

De goede prestaties in de Tour lijken eerder het gevolg van solide beleid sinds de start van het Rabo Wielerplan in 1996 dan van de recente vernieuwingen. De cultuurverandering die de leiding nu in opdracht van de sponsor wil doorvoeren, lijkt grotendeels overbodig. Jan Raas en vanaf 2004 Theo de Rooij hebben een stabiele organisatie neergezet. De trainers Geert Leinders en de laatste drie jaar Louis Delahaye zorgden voor een goed topsportklimaat. De jeugdopleiding rendeert al jaren.

Knebel ziet wel degelijk verbeteringen, vooral in de professionaliteit qua begeleiding van renners en de contacten met de sponsor. Weerstand is volgens hem onderdeel van elk veranderingsproces. Bovendien: „Er is geen sprake van haarscheurtjes maar van groeistuipen.” Maar ondanks de goede prestaties in de Tour en het uitgesproken vertrouwen in ploegleider Breukink kunnen de ‘groeistuipjes’ de Raboploeg nog altijd Thomas Dekker kosten, een van de grootste Nederlandse wielertalenten van de afgelopen decennia.