Bloemkool en jenevercola

Deze zomer eens wat anders. We koken experimenteel met de dobbelsteen. Eerste aflevering van een kleine serie ‘random cooking’.

Elke dag halen we ons diner bij de supermarkt, elke zaterdag de weekendbroodjes en de blikken voor de kat. In vast patroon lopen we de gangpaden af. We kopen nooit diepvriesloempia’s, roze koek of houdbare chocomelk. En nooit bloemkool.

Maar vandaag wel, want we doen aan random cooking. Om los te komen uit onze culinaire sleur van zongedroogde, pardon, hálf-zongedroogde tomaatjes, rucola, geitenkaas en biologische yoghurt. De random cooker laat het toeval bepalen wat in zijn mandje belandt. Dat gaat zo.

1. Ga de winkel binnen en zoek een persoon met rode jas. Is die er niet dan een rode broek of roze jas. Of, als het echt niet werkt, de snor.

2. Ga bij zijn/haar schap staan en werp de meegebrachte dobbelsteen.

3. Schuif het aantal schappen dat je gegooid hebt naar rechts op.

4. Werp nogmaals de dobbelsteen voor de juiste plank, van boven naar beneden. Idem voor het product op de plank, van links naar rechts.

5. Daar is de bloemkool! Dobbel nog een keer.

Opeens openbaart het wezen van random cooking zich. Nooit eerder belandden we voor het schap van de sherry en de mixdrankjes. Laat staan dat we er iets kochten. Maar nu gaan we naar huis met een geelgroen blikje voorgemengde jenevercola. En we moeten er nog mee koken ook.

Het recept: bloemkoolroosjes in een tempurajasje, met een dip van soja-oester-cola-jenever-gembersaus. Ter plekke bedacht in de supermarkt. Het werkt: Hesters eerste tempura, en nog lekker ook. Uit de saus slaat onverwachts een felle, alcoholische droplucht. Maar die begint pas na een kwartier vervelend te worden.

Wil je dit ook maken? Niet doen. Per definitie is dit niet voor herhaling vatbaar, alleen de methode. Niet het einddoel telt, maar de weg er naar toe. Chinees spreekwoord, toch?