Het nieuws van 22 juli 2008

Hoe we moeten omgaan met onze gedetineerden

Onder de kop `Ruimte om te denken` heeft deze krant de staatssecretaris van Justitie aangeraden om het onverwachte cellenoverschot te benutten om eens fundamenteel na te denken over de inhoud van de detentie (Commentaar, 7 juli). Het gaat daarbij mijns inziens om twee hoofdvragen: 1) hoe kan de gedetineerdenpopulatie zo laag mogelijk worden gehouden en 2) hoe kunnen degenen aan wier detentie niet te ontkomen valt het meest effectief worden bejegend. Uiterst zuinig omgaan met de toepassing van de voorlopige hechtenis is wenselijk en is mogelijk wanneer de vreemdelingenbewaring niet langer in een penitentiaire inrichting plaatsvindt. De korte vrijheidsstraf en de vervangende hechtenis zouden vervolgens moeten worden afgeschaft. Een betere kwaliteit van de tenuitvoerlegging kan door de strafrechter wettelijk te verplichten om in zijn uitspraak zo precies mogelijk aan te geven wat er met de veroordeelde dient te gebeuren. Op die manier moet het gevangeniswezen met een duidelijke opdracht met de betrokkene aan het werk en kan het niet volstaan met het louter beheren van gedetineerden, die zoals bekend voor het merendeel met grote geestelijke en materiële problemen kampen. De strafrechter zou regelmatig dienen te toetsen of voortzetting van de door hem bevolen detentie nog zinvol is, of het te volgen programma aanpassing behoeft en of de detentie niet eerder dan de in de uitspraak bepaalde tijdsduur kan worden beëindigd. Een en ander zou betekenen dat eis, uitspraak, tenuitvoerlegging en nazorg volledig op elkaar afgestemd moeten worden, iets waar het nu aan ontbreekt.

Het zijn niet allemaal doeken in Amsterdam

In de bespreking van de presentatie van het boek De Oude Meesters van de stad Amsterdam. Schilderijen tot 1800 en de lancering van de gelijknamige weblink in het Amsterdams Historisch Museum (AHM) (NRC Handelsblad, 8 juli) staan enkele onjuistheden, die verkeerde verwachtingen kunnen wekken bij de (digitale) museumbezoeker. De kop `Amsterdam in duizend doeken` wekt de indruk dat de stedelijke schilderijencollectie voor 1800 uit louter doeken bestaat; een groot percentage heeft echter een houten paneel als drager en daarnaast zijn er werken op koper. Ook gaat het op die schilderijen niet alleen om aan Amsterdam gerelateerde onderwerpen. De suggestie dat het AHM een website heeft gelanceerd met schilderijen over Amsterdam, inclusief wetenschappelijke artikelen is niet juist. Wel is op onze website sinds vorige week een link te vinden naar de complete verzameling schilderijen van de stad Amsterdam tot 1800. Op de site (www.ahm.nl/ schilderijen) zijn de afbeeldingen gratis te downloaden. De auteur gaat ervan uit dat het stadsbestuur in de 17e eeuw voor de belétage van het stadhuis op de Dam actief `grote meesters` verwierf, hoewel het hier gaat om een ambitieus decoratieprogramma waartoe aan belangrijke schilders opdrachten werden verstrekt. Dat is iets anders dan kant-en-klare aankopen uit de handel of het atelier. Ook is het Rijksmuseum niet in 1885 opgericht. In dat jaar verhuisde het naar de nieuwbouw van Cuypers aan de Stadhouderskade - het museum zelf bestaat sinds 1817.