Yes. No?

Denis Mentsjov is de kopman van de Rabowielerploeg. De Rus rijdt in een oranje-blauw tricot en krijgt een uitstekend honorarium betaald door een Hollandse bank. Het tv-commentaar van de NOS is pro-Mentsjov. Af en toe krijgt de renner een interview. Daar houdt Denis niet van, vooral omdat hij niet weet wat hij moet antwoorden.

Ontkenning is zijn handelsmerk. Denis Mentsjov staat na de aankomst van de bergetappe naar Prato Nevoso met zijn voeten aan de grond. Hij heeft zijn rivaal Cadel Evans achter zich gelaten, maar is ook gevallen toen hij aanviel op de laatste berg. Daar is de microfoon.

Denis, hoe is het met je?

„I feel good, no.”

Waardoor viel je?

„Very slippy, no.”

Die val kostte je seconden?

„I was unlucky, no.”

Zit je woensdag weer bij de eersten?

„Normally yes, no.”

De filmrechten op deze dialoog zijn inmiddels verkocht aan een producent. Mensen die met een geheim lijken te leven, daar zet je graag een camera op. De verkering van Mentsjov moet van boswandelingen houden. Of ze leest heel dikke boeken en wil dan absoluut niet gestoord worden. The Sound of Silence is hun lievelingssingle.

De acteurs Joe Pesci en Robert de Niro zijn experts in „fuck” zeggen in mafiafilms. Ze proppen het woordje overal tussen. In iedere zin komt het voor. Premier Balkenende zegt „het kan niet zo zijn dat…” als hij verontwaardigd is. Mentsjov is de man van „no”.

Mentsjov is geen prater. Hij bouwt in een ultrakorte Engelse zin iets op en breekt het aan het eind weer af. Het „no” zaait twijfel bij de luisteraar. Het klinkt als: „Of niet soms?”

Vandaag is het rustdag in de Tour. Een luierdag in de Italiaanse Alpen. Denis Mentsjov zit op het terras van het hotel. Hij wil koffie bestellen. Russisch is geen optie, al rukt die taal snel op in Europa. Engels dan maar, hoewel de Italianen daar doorgaans niets van bakken.

Mentsjov: „I want coffee, no.”

Ober: „No coffee, sir? You want tea?”

Mentsjov: „Coffee, no?”

Ober: „Yes, we have. Cappuccino, lungo, ristretto…”

Mentsjov: „I want coffee, no.”

Ober: „No coffee, sir?”

Als een perpetuum mobile houden Mentsjov en de keurige ober elkaar eindeloos aan de praat. Als ’s avonds laat een briesje aanwaait vanuit de Alpen, zegt de baas van de zaak – terwijl hij de zonwering omhoog draait – dat de twee maar verder binnen moeten bakkeleien over de bestelling.

Communicatie is nagenoeg onmogelijk met de Rus. Gisteren gleed hij met zijn fiets onderuit in een scherpe bocht. Hij drukte op zijn knopje onder zijn shirt om met de volgauto te overleggen. Mentsjov: „Fall, no.” Wat denken de ploegleiders Dekker en Breukink dan?

Rare Mentsjov. Twijfel staat in zijn ogen. Hij hakkelt zich door interviews. Hij vergeet in de eerste Tourweek met de eersten mee te rijden en verliest bijna 40 seconden. Hij kijkt voortdurend achterom als hij aanvalt.

Hoe moet het als de Rus volgende week op het podium staat met de gele trui in het mondaine Parijs?

Sarkozy, na een ferme handdruk: „Denizz, are you ‘appy?”

Mentsjov: „Eh. Yes. No?”