Verlegen zangeres hing beheerst op

Overleden zangeres Jo Stafford werd in Nederland bekend met het nummer Thank You For Calling, dat ze volstrekt beheerst zong.

Ze zong al jarenlang niet meer. Haar stem glansde lang niet meer zo mooi als vroeger, vond ze. En in interviews voegde ze daar als vaste kwinkslag aan toe: „Lana Turner poseert toch óók niet meer in badpak?” Dat daardoor haar roem als succesvol vocaliste danig was verbleekt, deerde haar niet. Ze was toch al nooit zo dol op haar sterrenstatus geweest. Vorige week is zangeres Jo Stafford overleden, 90 jaar oud.

In Nederland was ze vooral bekend van het intens droevige Thank you for calling. Het nummer begint met het gerinkel van een telefoon. Een vrouw neemt op, en uit haar tekst wordt duidelijk dat ze wordt gebeld door een man van wie ze nog altijd zielsveel houdt. Hunkerend vraagt ze hem wanneer hij weer eens langskomt. Maar hij heeft haar iets anders te vertellen, zo blijkt uit de slotregels: „Well, I hope you’ll be happy, thank you, I’ll try... thank you for calling, goodbye”. Jo Stafford zong zo’n nummer zonder stemverheffing, zonder er een smartlap van te maken, volstrekt beheerst – waardoor ze des te meer indruk maakte. In 1955 werd ze door lezers van het Nederlandse muziekblad Tuney Tunes verkozen tot populairste buitenlandse zangeres.

Jo Stafford begon in 1939 bij de zanggroep The Pied Pipers, die samen met Frank Sinatra en het orkest van Tommy Dorsey de hit I’ll Never Smile Again maakte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze, mede door songs als I’ll Walk Alone en I’ll Be Seeing You, favoriet bij de Amerikaanse soldaten. Daarna maakte ze honderden platen in allerlei genres. Optreden deed ze met tegenzin; ze was verlegen. Nadrukkelijk noemde ze zichzelf zangeres en geen entertainer. In de platenstudio voelde ze zich veel meer thuis; dáár ging het louter om de muziek en de tekst.

Samen met haar man, de pianist en arrangeur Paul Weston, maakte ze als sublieme muzikantengrap een paar platen onder het pseudoniem Jonathan en Darlene Edwards: hartverscheurend vals gezongen en onbedaarlijk stuntelig gespeeld. Een prachtige paradox: dat juist Jo Stafford, die immers volmaakt zuiver zong, er opzettelijk zó naast kon kwinkeleren, bewees hoe muzikaal ze was.