Smelten bij broers Neville

Pop The Neville Brothers. Gehoord: 18 juli Paradiso, Amsterdam

Zo stonden ze op het podium; vier oude mannen op een rij. En zo speelden ze hun onvolprezen soul en funk; vaak rustig, soms opzwepend en altijd meeslepend, van die soul waar New Orleans het patent op lijkt te hebben. De stemmen van The Neville Brothers, vrijdag in het Amsterdamse Paradiso, hebben aan kracht ingeboet, en hun voordracht is bedaard, maar als publiekslieveling Aaron Neville zijn soulvolle falset laat horen, smelten de bezoekers. Het applaus dat hen in een matig gevuld Paradiso ten deel viel, was dan ook verdiend – al was het maar voor wat Charles, Aaron, Art en Cyril voor de soul- en jazzwereld hebben betekend. Als Neville Brothers bestaan ze pas sinds 1976, maar als solozangers en als leden van The Meters stonden ze sinds 1954 aan de wieg van de New Orleans soul en - funk.

In Amsterdam gaven ze blijk van dat roemrijke verleden door een handvol klassiekers te brengen, van eigen hand, zoals Tell It Like It Is, en van anderen, zoals Bill Withers’ Ain’t No Sunshine. Ook hun afkomst verloochenden ze niet; New Orleans klonk overal in door. Niet alleen in het voor de hand liggende Iko Iko, een klassieker van Mardi Gras, het plaatselijke carnaval, maar ook in de combinatie van funk en soul met cajun en latin grooves, die vooral door Cyril Neville met verve werden gebracht.

Cyril, de jongste van het stel, wist het showelement dat bij funk hoort gestalte te geven; met een grote pluim op zijn hoge hoed draaide hij in het rond. De andere drie broers, inmiddels dik in de zestig, bewogen aanzienlijk minder. Daardoor kreeg de show een statisch voorkomen, en dat leek toch een beetje misplaatst bij New Orleans’ First Family of Funk. Misschien hadden ze een week eerder moeten optreden, op het North Sea Jazz festival, waar ze tussen eveneens oudere sterren als George Benson, Chaka Khan en Bobby McFerrin, beter tot hun recht waren gekomen. In Paradiso leken ze zich niet helemaal op hun gemak te voelen.