Oorlog? Niks gemerkt

De nieuwe musical van de makers van Les Misérables vergt veel van het publiek.

Men moet zich identificeren met profiteurs en overlopers.

Bespot als moffenhoer, en stervend in de armen van haar jonge minnaar die net te laat op de plek des onheils arriveerde om haar te beschermen – zo eindigt Marguerite en zo begint de musical die haar naam draagt. Marguerite is de nieuwste incarnatie van La dame aux camélias, de roman uit 1848 van Alexandre Dumas fils, die in de afgelopen anderhalve eeuw ook al model stond voor Verdi’s opera La Traviata, de Greta Garbo-film Camille, het vaak door Margot Fonteyn en Rudolf Nureyev gedanste Marguerite et Armand en de showfilm Moulin Rouge met Nicole Kidman. Maar nooit eerder speelde het drama zich af in bezet Parijs.

Marguerite, sinds een paar weken te zien in het Haymarket Theatre in Londen, is de nieuwe musical van het Franse duo Alain Boublil en Claude-Michel Schönberg. Maar het grote verschil met hun kassuccessen Les Misérables en Miss Saigon is dat Schönberg, de componist van het tweetal, ditmaal alleen heeft meegewerkt aan het scenario. De muziek is van hun fameuze landgenoot Michel Legrand, die een grote variatie aan muzikale stijlen laat horen: melancholieke ballades, kwieke jazz die naar de jaren 40 knipoogt, en een terugkerend nummer in marstempo, maar steeds met een andere tekst – om te illusteren hoe opportunistisch de Franse bourgeoisie zich tijdens de Tweede Wereldoorlog steeds weer aanpaste.

Dumas’ tragische heldin, de courtisane die hopeloos verstrikt raakte tussen de eisen van haar rijke beschermheer en haar ware liefde voor een jonge minnaar, is nu het aanvankelijk nog stralende middelpunt van de beau monde van bezet Parijs. Ze heeft het hier aangelegd met een Duitse officier, die haar – en haar discutabele vrienden – in weelde laat baden. Tot ze verslingerd raakt aan een jeugdige jazzpianist met verzetsvrienden, waarmee ze haar comfortabele positie in gevaar brengt. En hoe verkeerd dat straks gaat aflopen, hebben we al in de openingsscène gezien.

Boublil en Schönberg vergen met deze voorstelling meer van het musicalpubliek dan met hun vorige producties. In de gemengde kritieken die Marguerite oogstte, werd af en toe gemopperd dat het publiek zich lastig kan identificeren met personages uit nazi- en collaborateurskringen. Zwart-wit is de musical in elk geval niet. De makers draaien er niet omheen dat heel wat Parijzenaren uit eigen belang de Duitse kant kozen. „Als je slim bent, heb je geen last van de oorlog”, luidt hun motto. De enige die zich min of meer aan de collaboratie onttrekt, is de jonge minnaar. Al speelt hij wel met zijn combo op een feest van Marguerite, tot haar Duitser roept dat hij die „kleurlingenmuziek” niet langer kan uitstaan.

De grootste attractie is hoofdrolspeelster Ruthie Henshall, die zich ook in de meest dramatische scènes en songs tot het uiterste inhoudt. Geen melodrama, geen larmoyante uithalen, maar een toonbeeld van gratie zonder stemverheffing. Haar even genuanceerde tegenspelers zijn Julian Ovenden als de zoetgevooisde aanbidder en Alexander Hanson als de verliefde Duitser. Ze staan in een stijlvolle voorstelling die misschien geen internationale hit gaat worden – geen simpele sentimenten, geen songs om makkelijk mee te neuriën. Maar des te meer inhoud.

Kijk voor meer info op: www.marguerite-themusical.com