Luchtvaart heeft een groot probleem

De luchtvaartmaatschappijen vliegen nu het financiële equivalent binnen van een zware onweersbui. Aan weerszijden van de Atlantische Oceaan dalen de passagiersaantallen, door de tragere economische groei, waardoor het moeilijker wordt de toerenhoge brandstofkosten door te berekenen.

De International Air Transport Association (IATA) voorspelt dat een gezamenlijke nettowinst van 5,6 miljard dollar over vorig jaar zal omslaan in een sectorbreed verlies van 6,1 miljard dollar dit jaar. Als de olieprijs drie jaar lang op 150 dollar per vat zal blijven staan, zou Ryanair volgens zakenbank Goldman Sachs de enige winstgevende luchtvaartmaatschappij van Europa zijn.

Wat moeten de luchtvaartmaatschappijen doen om de storm te doorstaan? In de eerste plaats moeten ze toegeven dat ze een probleem hebben. Tot voor kort bleven sommige luchtvaartmaatschappijen hardnekkig optimistisch, terwijl de automatische reactie van anderen was om extra kosten in rekening te brengen voor tassen en plaatsen bij het raam – hetgeen tijdelijk soelaas kan bieden, maar passagiers wel op de kast kan jagen.

De tweede voor de hand liggende reactie is bezuinigen. De grootste kostenpost van een luchtvaartmaatschappij zijn de werknemers. Het Australische Qantas en Spanair, de op één na grootste Spaanse luchtvaartmaatschappij, hebben al grote arbeidsplaatsreducties aangekondigd. Anderen zullen moeten volgen. Maar het ontslaan van personeel bij luchtvaartmaatschappijen met sterke vakbonden als British Airways is niet zo makkelijk en kan duur zijn.

In de derde plaats zullen de maatschappijen vliegtuigen aan de grond moeten houden, zoals American Airlines en SAS al doen. Eén reden dat de sector niet winstgevend is, is dat er te veel vliegtuigen zijn voor te weinig passagiers. Door de capaciteit in te perken, kunnen de luchtvaartmaatschappijen een deel van hun macht om de prijzen te bepalen terugwinnen. Maar de reducties moeten behoedzaam worden doorgevoerd. Concurrenten kunnen proberen landingsrechten over te nemen, waardoor nog meer waarde wordt vermietigd. Dat geldt met name voor het Londense Heathrow, waar de luchtvaartmaatschappijen 80 procent van hun landingsrechten moeten benutten op straffe van het verlies ervan.

Dan blijft er nog één optie over: consolidatie. Maar luchtvaartfusies zijn moeilijk te verwezenlijken, zeker als sprake is van een recessie. Potentiële bieders zorgen liever voor de bescherming van hun eigen balansen dan dat ze niet-winstgevende maatschappijen opkopen. Sinds begin dit jaar zijn er al 25 maatschappijen ten onder gegaan, een record. Als de hoge olieprijzen aanhouden, zal het daar niet bij blijven.

Fiona Maharg-Bravo

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.