Kleine bosbessen

Er is weinig hipper onder eetlustigen en kookboekenschrijvers, dan zelfvoorzienend zijn, of min of meer zelfvoorzienend zijn. Geen kok of hij/zij blijkt een moestuintje te hebben. Jamie Oliver en zijn vrouw, de Clarkjes (van de verrukkelijke serie Moro-boeken), elke dag verschijnt er een nieuw boek dat het landleven bezingt en je aanraadt om niet alleen je eigen kruiden, tomaten, aardappelen en bieten te verbouwen, maar ook je eigen kippen te houden en je eigen varken te verwerken. En verder is er veel meer eetbaar dan je denkt als je oplet in je tuin en langs de berm.

Ik moet toegeven dat al die boeken een wilde aantrekkingskracht uitoefenen – op wie niet. Een vriendin vertelde laatst dat ze las over een moestuin en kippen en het geluk daarvan en dat ze steeds enthousiaster werd tijdens het lezen en dacht: Ja, dat ga ik doen! Tot ze zich realiseerde dat ze dat allemaal al doet, haar moestuin is een voorbeeld voor menigeen, haar kippen zijn aanbiddelijk en produceren heel gave eitjes, ze heeft alleen geen varken en dat is maar goed ook want varkens willen helemaal niet solitair in een kot in een tuin leven maar gezellig met andere varkens door de modder racen.

Ik bedoel: het idéé moestuin met alles wat daarbij hoort, is bijna aantrekkelijker dan de reëel existerende moestuin en dito kippen.

Zo was het als kind ook altijd heerlijk om je voor te stellen dat je zou gaan wonen in die hut die je zojuist gebouwd had in het bos. Je zou van zacht en verend mos een matras maken, van jonge twijgjes een dekbed weven. Je zou hopelijk door stokjes snel tussen je handen te draaien vuur weten te maken, en anders zou je broertje dat wel kunnen want die was bij de padvinderij. We zouden bessen gaan zoeken en bramen.

Daar ergens hield het op, want ik had echt geen idee wat voor bessen en hoorde in gedachten altijd het stemmetje van het kleine grammofoonplaatje dat we thuis hadden, waarop het sprookje van Hans en Grietje verteld werd, achtergelaten in het bos, bezig bramen te zoeken, waarop Grietje zei: „Oh Hans, wat dom van ons! De bramen zijn pas in augustus rijp en nu is het juli.”

Wat Grietje niet wist en ik sindsdien allang wel, is dat in juli de bosbessen rijp zijn. Laatst gaan plukken. Na een uur plukken hadden we met drie personen nog geen pond vrij zure, zeer kleine besjes. Lekker in de taart hoor, maar helaas valt er niet een nieuw zelfvoorzienend leven mee te beginnen. Gelukkig bleek de natuur op een ander punt heel wat vrijgeviger: iemand die goed uit zijn doppen had gekeken belde op en zei: „Ik heb heel veel berkenboleten gevonden, te veel, ik breng je een partijtje.”

Ja zo kunnen we heel goed zelfvoorzienend zijn! Met kruiden uit eigen tuin en verder een paar kleine spulletjes uit de winkel (bloem, ui, knoflook, specerijen) een enorme pan paddestoelenragout gemaakt. Ga gauw zelf ook een flinke mandvol plukken (’t is geen beschermde soort!) en dan weer even, terwijl de regen tegen de ramen slaat, dromen van een hut in het bos of een rijkelijke moestuin en kippen. Met een gezellige kippenhut erbij, voor droogte en bescherming en dan gaan die kippen verder zelfvoorzienend leven.