Hoe betrouwbaar is de fotografie?

Mag je als fotograaf extra rookwolken zetten bij een raket in Iran?

In de geschiedenis van de fotografie kwam manipuleren van beelden altijd al voor.

Een extra rookwolkje in een foto van ontploffend Beiroet. Een vetrolletje uitgummen bij president Sarkozy. Of een raket toevoegen op de foto van een Iraanse proeflancering. Met wat kleine aanpassingen kunnen fotografen de werkelijkheid net iets mooier maken. „Dat moet kunnen”, vindt Frits Gierstberg, hoogleraar fotografie aan de Erasmusuniversiteit. „Het is naïef om te denken dat foto’s de werkelijkheid verbeelden. Dat is nooit het geval geweest”.

Dat mode- en reclamefoto’s worden gemanipuleerd, is bekend. Maar ook nieuwsmakers hebben te maken met aangedikt beeldmateriaal. Als uitkomt dat geknoeid is met journalistieke beelden, zoals met de Beiroet- en Iranfoto’s, is de publieke verontwaardiging groot. Toch zegt Gierstberg: „Een overdreven reactie”. De digitaal toegevoegde rookwolk in Beiroet hoeft in zijn ogen geen probleem te vormen. „Die fotograaf had dat misschien wel gezien, maar was net te laat. Dan kun je zo’n wolk best intekenen. Om de foto iets aan te zetten: zó heb ik het gezien.”

In de geschiedenis van de fotografie kwam het manipuleren van beelden altijd al voor. Een van de oudste voorbeelden is een staatsieportret van de Amerikaanse president Lincoln in 1860, waarbij het hoofd van Lincoln is geplaatst op het lichaam van voormalig vicepresident John Calhoun. National Geographic liet piramides schuiven tot ze op de omslag pasten, en Time experimenteert naar eigen zeggen graag met ‘conceptuele covers’ en maakte O. J. Simpson zwarter dan hij is.

Opvallend is dat de manipulatie van journalistieke beelden tegenwoordig meestal door een weblogger wordt ontdekt, en niet door de fotoredacties van kranten of persbureaus zelf. Zo werd de gemanipuleerde foto uit Iran geplaatst op websites en kranten van onder meer New York Times, Los Angeles Times, BBC News en Chicago Tribune, voordat weblogger Little Green Footballs onthulde dat in de foto ‘gekloonde’ rookwolken en raketten te zien zijn. Een Iraanse blogger voegde eraan toe dat de foto’s zelfs twee jaar oud zouden zijn.

Volgens fotoredacteuren is het haast ondoenlijk om dergelijke fopperij te voorkomen. Leo Blom, nieuwsmanager van ANP Photo: „In de hectiek van het nieuws is er niet veel tijd om elke foto af te speuren op onvolkomenheden.” Overigens komt Blom nooit zulke sterke staaltjes van manipulatie tegen als die van de Iraanse raketten. „Of ik heb ze dus niet ontdekt, dat kan ook”.

Hoogleraar Gierstberg vindt de foto uit Iran een uitzonderlijk geval. „Maar op een ander niveau wordt ontzettend veel gemanipuleerd: details wegpoetsen, stofjes eruit, kleur en licht aanpassen. Dat gebeurde met de hand ook al in de doka.” De donkere kamer en het negatief zijn verdwenen, nu is er Photoshop. Het digitaal bewerken van foto’s valt uit te splitsen in corrigeren, manipuleren en monteren. Deze handelingen worden meestal samengebracht onder de noemer photoshoppen.

Alle foto’s in reclame of media worden voor publicatie bewerkt. Om de kleuren te corrigeren, contrasten zwakker of sterker te maken en oneffenheden te verwijderen. Tot zover is fotobewerking geaccepteerd in de journalistiek. Grensgevallen zijn: het al dan niet verwijderen van irrelevante details (een storend snoer of richtmicrofoon) of het donker of lichter maken van wolken of lucht. Objecten toevoegen, verwijderen, vermenigvuldigen of kopiëren zijn normaal gesproken onacceptabel. Volgens Petra Oudhoff, juriste bij fotografenvakbond NVF, liggen de grenzen van het aanbrengen van correcties voor elke fotograaf anders. Maar: „informatie veranderen, toevoegen of weghalen is niet de bedoeling” – toon- en kleurcorrecties kunnen wel.

Eike den Hertog, beeldredacteur bij fotopersbureau Hollandse Hoogte, is coulanter. „Een fotograaf kan uit esthetische overwegingen iets in het beeld veranderen, bijvoorbeeld een stopcontact weghalen. Als het om zoiets onbelangrijks gaat, vind ik dat niet ernstig. Maar het is niet slim. De betrouwbaarheid van de fotografie staat toch al onder druk, nu er zo makkelijk wordt gemanipuleerd met de computer.”

Photoshoppen is zo’n toegankelijk middel dat de verleiding groot is om steeds verder te gaan in het aanbrengen van veranderingen. Uitschieters staan op weblog Photoshopdisasters, waar zwevende ledematen of navelloze modellen de toon zetten.

Leo Blom zegt dat hij zware maatregelen zou nemen als een van zijn ANP-fotografen met beelden zou knoeien. „De betrouwbaarheid van nieuwsfoto’s moet buiten kijf staan.” Hoogleraar Gierstberg bepleit dat het publiek anders naar foto’s gaat kijken. „Net als tekst, kunnen ook foto’s een opinie uiten. Het hangt helemaal van de context af. Dat moeten lezers en kijkers leren onderscheiden.” Gierstberg vindt dat te krampachtig wordt gedaan als zouden foto’s brengers van de waarheid zijn. „Een gezond wantrouwen tegen getoonde beelden kan geen kwaad.”

Kijk voor voorbeelden van slecht photoshoppen en voorbeelden van beeldmanipulatie in de media van 1860 tot nu op: nrcnext/links.