Helaas, China kan niet zo goed voetballen

Voetbal is enorm populair in China. De Chinezen zouden maar wat graag willen dat het Chinese voetbal internationaal zou meetellen. Bij zijn aantreden in de jaren tachtig zei de voormalig Chinese leider Deng Xiaoping al: „Eens komt de dag dat we voetbal kunnen uitroepen tot nationale sport.” De voetbalprestaties houden volgens de hervormingsgezinde leider gelijke tred met de economische, maatschappelijke en economische ontwikkelingen van een land. Een kwestie van tijd dus.

Maar Dengs wens is nog niet in vervulling gegaan. De vraag waarom het maar niet wil lukken met het Chinese voetbal leidt al jaren tot verhitte discussies. Sommigen zoeken een verklaring in het feit dat Chinezen fysiek minder sterk zijn dan hun westerse en Afrikaanse concurrenten. Dat zou komen omdat Chinezen te veel rijst en te weinig vlees en melk consumeren. Daarop gingen voetbalspelers meer eitwitrijk voedsel tot zich nemen. Ook dat sorteerde geen effect.

Eind jaren negentig kwam men tot de conclusie dat het aan de opleiding lag. Chinese talentjes werden massaal naar het buitenland gestuurd om daar verder tot rijping te komen. Toen dat ook niet bleek te werken, draaiden de Chinezen het om. Buitenlandse coaches en spelers werden naar China gehaald. De meesten konden niet wennen.

Vervolgens kreeg het Chinese systeem ervan langs. Voetballers zouden te weinig verdienen in verhouding tot buitenlandse spelers. Veel staatsbedrijven waren bereid geld in de clubs te pompen. Helaas, grof spel, corruptie en omkoopschandalen schaadden vervolgens het imago van het Chinese voetbal. De wanprestaties van het Chinese elftal tijdens de WK-kwalificatie van 2006 maakten het debacle compleet.

Waar China’s economie floreerde, faalde het Chinese voetbal.

Voetbal is nog altijd verreweg de meest populaire sport, maar het idee begint post te vatten dat Chinese mannen simpelweg niet goed gebouwd zijn voor het spelletje. Ook de aard van het volk lijkt ongeschikt. China is een collectivistisch land, maar in de kern blijken Chinezen zeer individualistisch ingesteld. Met als uitzondering het Chinese damesvolleybalteam, boekte China zelden grote teamprestaties.

Volgens Arie Haan, voormalig bondscoach van het Chinese elftal, kunnen Chinezen niet goed samenwerken. „Zodra ze de bal zien, is het oogkleppen op en gaan.” Sportsociologe Dong Jingxia , werkzaam aan de universiteit van Peking, heeft daar wel een verklaring voor. „China kampt met de gevolgen van de één- kindpolitiek. Er staan elf zelfzuchtige keizertjes op het veld die niet gewend zijn naar elkaar te luisteren en een ander iets te gunnen.”

En volgens Dong Jingxia is dat nog niet alles. „Chinese mannen zijn niet agressief genoeg. Het zijn zachtgekookte eitjes.”

Toch geven de Chinese voetbalfans de hoop niet op. „Ik voetbal drie keer in de week en zie bijna alle internationale wedstrijden op de staatstelevisie”, zegt voetbalfanaat Jack Zhou. Hij kan tientallen namen van Nederlandse voetballers opnoemen. Volgens Zhou moet de corruptie worden bestreden, het opleidingssysteem hervormd, de spelers betere manieren aanleren, en op scholen, in het leger en in fabrieken moet voetbal worden geïnstitutionaliseerd.

Kan succes van het olympische jeugdelftal China het tij misschien keren? „Het zou een mooie bekroning zijn. Deng Xiaoping had inderdaad gelijk. Voetbal hoort een afspiegeling te zijn van een succesvolle maatschappij”, zegt Zhou.

Deze week evenals vorige week elke dag een foto over sport in China met tekst van correspondent en oud-tafeltenniskampioene Bettine Vriesekoop.