Handel en macht

Internationale handel heeft in de afgelopen decennia de machtsverhoudingen in de wereldeconomie sterk veranderd. Andersom drukken die veranderingen nu hun stempel op de internationale handel zelf. Vandaag zijn in Genève, na een onderbreking van twee jaar, de onderhandelingen begonnen over een nieuwe multilaterale handelsovereenkomst die moet leiden tot een verdere vrijmaking van het internationale verkeer van goederen en diensten. Daarmee moet de zogenoemde ‘Doha-ronde’ van handelsbesprekingen tot een goed einde worden gebracht.

Inzet is in grote lijnen de afbouw van landbouwsteun in de traditionele industrielanden, in ruil voor een betere toegang van westerse industriële goederen in de opkomende economieën en ontwikkelingslanden. Dat was voorheen al niet makkelijk. Europa en de VS moesten doorgaans eerst op één lijn komen, en dan hun gezamenlijke positie uitonderhandelen met de arme ‘Derde Wereld’. Maar als er ooit al sprake is geweest van zo’n monoliet van ontwikkelingslanden, dan bestaat die helemaal niet meer. Met name Brazilië en India manifesteren zich met een groeiend zelfbewustzijn.

Deze twee landen gaven vijf jaar geleden in het Mexicaanse Cancún de opmaat voor het nieuwe tijdperk waarin de handelsonderhandelingen zijn geraakt: de traditionele industrielanden vinden assertieve gesprekspartners tegenover zich, die destijds in Mexico hun dreigement de besprekingen te laten mislukken, waarmaakten.

Die nieuwe assertiviteit is terecht. Maar tegenover een groeiende macht staat ook een grotere verantwoordelijkheid. En daar wringt het. De opkomende landen in de wereldeconomie voelen zich comfortabel in de positie van underdog die zij lang hebben bekleed, maar die geen recht meer doet aan hun huidige, en snel groeiende welvaart. De belangrijkste handelbarrières bestaan niet zozeer tussen het rijke Westen en de rest van de wereld, maar tussen opkomende en ontwikkelingslanden onderling. Het mag niet zo zijn dat deze obstakels als gevolg van het mislukken van Doha blijven bestaan, waarbij de schuld gemakshalve wordt gelegd bij het Westen.

Dat wil niet zeggen dat Europa en VS vrijuit gaan. De westerse landbouwsubsidies blijven een uiterst verstorend fenomeen. De onderhandelingsruimte van de EU wordt beperkt door de bemoeienis van het Franse EU-voorzitterschap met verantwoordelijk eurocommissaris Mandelson. In de VS wordt die ruimte beperkt door de aanstaande verkiezingen en het verstreken mandaat van de regering-Bush om zonder directe inmenging van het Congres zaken te doen.

Toch vergemakkelijken de hoge prijzen van landbouwproducten op de wereldmarkt wellicht juist nu een compromis. Dat maakt het interessant om in Genève te zien hoe de nieuwe economische machten werkelijk denken over het openen van de eigen grenzen.