Ging K.D. Lang nu maar een keer lekker los

Pop K.D. Lang. 19/7 RAI Amsterdam.

Wat heeft ze een heldere stem, wat zong ze virtuoos en wat klonk het allemaal ongelofelijk glad. De Canadese zangeres K.D. Lang streelt liever langdurig de oren dan dat ze een valse noot riskeert. Ooit begon ze met pittige countryrock, maar haar muziek is al jaren geleden richting easy listening afgegleden. In dat genre geniet ze de achting van veteranen als Tony Bennett met wie ze een plaat opnam, en veroorlooft ze zich een Las Vegas-achtige geliktheid met haar perfect uitgebalanceerde band.

Sinds Kathie Dawn Lang officieel als lesbienne uit de kast is, beschouwt ze het als haar opdracht om een hoge mate van camp in haar show te verwerken. Zaterdag in de RAI uitte zich dat in het feit dat ze haar bepaald niet slanke postuur in een potsierlijk wit pak had gehesen, grappen makend over haar onelegante danspassen en de banjo die ze als tamelijk kansloze ‘chick magnet’ omhing. Van relativering was in haar muziek nauwelijks sprake; die was zo serieus als de planten in een rouwcentrum.

Op haar voorlaatste album Hymns Of The 49th Parallel vertolkte ze nummers van mede-Canadezen. Haar versies van Helpless van Neil Young en The Valley van Jane Siberry klonken alsof het heilige relikwieën waren die met handschoentjes aangepakt moesten worden.

Nog stijver was haar Hallelujah van Leonard Cohen, dat ze zo krampachtig van overbodige woorden en lettergrepen ontdeed dat het één grote stemoefening met lange virtuoze uithalen was geworden. Het publiek vrát het, net zoals de brave solo’s van de muzikanten goed waren voor open doekjes.

Je zou wensen dat K.D. Lang haar statige aura een keer afwierp en eens lekker los ging. En dat ze was afgebleven van Hallelujah: daar zijn inmiddels zeker dertig mooiere versies van, met die van Leonard Cohen zelf voorop.