Geen einzelgänger, gewoon een goede roeier

Sjoerd Hamburger komt op de Olympische Spelen uit op de skiff. Een mooie discipline, twee kilometer in je eentje roeien. ,,Ik heb nooit de drang gevoeld om topsporter te worden.’’

Sjoerd Hamburger sjouwde als zeventienjarige bij trektochten door het Mont Blanc-massief met dubbele bepakking een uur voor zijn leeftijdsgenoten uit. Dat hij onderweg nog rustig kon zingen en grappen vertellen, vond hij maar weinig opvallend. Hamburger blonk nu eenmaal niet uit in de sporten die hij in het Friese Oldeberkoop kon beoefenen. Pas nu hij terugkijkt als roeier met een startbewijs voor de Olympische Spelen van Peking, signaleert de skiffeur aanwijzingen voor zijn natuurlijke lichaamskracht, goede bloedwaarden en hoge hematocrietwaarde. ,,Ik heb nooit de drang gevoeld topsporter te worden.’’

Hamburger behoort tot een gezelschap van tien soloroeiers die bij wereldkampioenschappen en wereldbekerwedstrijden de zes finaleplaatsen verdelen. Ook in de zwaarste roeiklasse wijkt hij af. Skiffeurs zouden einzelgängers en excentriekelingen zijn, maar Hamburger niet als olympisch kampioen Jan Wienese en tweevoudig wereldkampioen F rans Göbel, die hem eens voorspelde dat hij niet ,,hard, gek en uniek genoeg’’ was om een goede skiffeur te worden. Hamburger zette zichzelf meer dan eens neer als ,,een domme lul die toevallig goed kan roeien’’.

,,Ik ben me heel bewust van wat ik kan, maar ik heb vooral gewoon pret’’, zegt Hamburger, die in Utrecht woont en traint. ,,Ik werk graag en hard vanuit een bepaalde passie. Het is geen jeugdtrauma dat ik weg wil roeien, ik heb gewoon moeite stil te zitten als ik geen boek bij me heb. Toevallig ben ik heel goed in roeien, terwijl ik er als korfballer op de middelbare school maar weinig van bakte. Mensen willen graag tegen iemand opkijken, maar ik kan niet beter roeien dan iemand anders kan breien. Het verschil is dat ik naar Olympische Spelen mag.’’

Hamburger heeft slechts zijn lichaam van ruim twee meter en bijna honderd kilogram gemeen met zijn collega’s. Hij is sociaal en heeft geen ,,air van norsheid en boersheid’’ als de stugge Noorse olympisch kampioen Olaf Tufte. Ook met de extraverte Duitser Marcel Hacker – ,,het IQ van een tuinslang, zo gek als een deur’’ – heeft Hamburger weinig op. Liever trekt hij op met de vriendelijke Zweed Lassi Karonen, met wie hij in de winter trainde in Portugal.

Genoten heeft Hamburger van de strijd om een olympisch startbewijs tussen de Nieuw-Zeelandse skiffeurs Mahe Drysdale en Rob Waddell. Drievoudig wereldkampioen Drysdale won in maart de best-of-three, mede doordat de teruggekeerde olympisch kampioen Waddell bij de beslissingsrace last kreeg van hartritmestoornissen. ,,Mahe is een gezelligheidsdier dat bij roeifeesten het licht uitdoet, Rob is een monster dat de ergometer bijna in tweeën breekt. De onderlinge wedstrijd was zwaarder dan de olympische finale straks.’’

In eigen land had Hamburger geen concurrentie voor het olympische startbewijs. Zijn enige concurrent Dirk Lippits bleek niet in staat de stormachtige ontwikkeling van Hamburger te volgen. Want Hamburger nam pas eind 2001 voor het eerst een riem ter hand bij de Utrechtse studentenroeivereniging Orca. De student General Social Sciences was niet onbekend met de roeisport, maar had geen weet van de olympiërs om zich heen. ,,Orca had een enorme afvaardiging gehad bij de Olympische Spelen in Sydney. Elien Meijer en Marieke Westerhof zaten in de zilveren vrouwenacht en Geert Cirkel, Peter van der Noort en stuurman Merijn van Oijen in de mannenacht. Het was een onwijze club met helden. Ik wist niet wie ze waren, maar ik besefte door verhalen en foto’s dat het bijzonder moest zijn.’’

Als derdejaars roeier adviseerde zijn toenmalige coach Peter van der Noort Hamburger eens in een skiff te stappen. ,,Ik had eigenlijk niet veel zin in eenzame training, zelf richting houden en op stoplichten en boegballen letten. Ik werd overgehaald met het argument dat het goed zou zijn voor mijn bootgevoel. Maar met de skiff klikte het meteen. Daarna heb ik eigenlijk niet overwogen weer met één in plaats van twee riemen te gaan roeien. Ik vind het een mooie discipline twee kilometer in je eentje te roeien.’’

Hamburger hield in 2004 bijna zijn intussen gestopte concurrent Dirk Lippits van de Olympische Spelen van Athene en behaalde een seizoen later de bronzen medaille bij de wereldkampioenschappen voor roeiers tot 23 jaar. Toch was niet iedereen bij de Nederlandse roeibond overtuigd van de ontwikkeling van Hamburger, die de afgelopen jaren bij wereldbekerwedstrijden vooral B-finales roeide. Een van de bondscoaches stelde dat Hamburger gebaat zou zijn bij een nieuwe coach.

Het afgelopen najaar besloot Hamburger met twee van zijn drie coaches verder te gaan richting de Olympisch Spelen in Peking. Van het drietal Peter van der Noort, Paul Broekhuizen en Els Stronks viel de eerste af. ,,De symbiose tussen de drie coaches was goed, maar na de wereldkampioenschappen kwam uit de vaste evaluatie dat het seizoen niet makkelijk genoeg was verlopen. Dat heeft niks te maken met de kwaliteiten van Peter van der Noort, maar een traject met meerdere coaches werkt alleen bij een perfecte balans. Ik had het gevoel dat die was verdwenen.’’

Met de bij de Nederlandse roeibond vertrokken bondscoach Jan Klerks als supervisor stelt Hamburger training in zijn woonplaats Utrecht nog altijd boven het nationale trainingscentrum in Amsterdam. ,,Ik heb bij de roeibond gevraagd of ze dachten dat ik mezelf zou schaden als ik niet op de Bosbaan train. Dat bleek niet zo te zijn. Het belangrijkste is dat ik mezelf goed voel en ik vind dat ik beter en constanter roei dan afgelopen seizoen. Vergeet niet dat iedereen klaar is als ik niet roei. Ik vraag zo veel mogelijk advies, maar de beslissing ligt bij mij. Ik kan niet uitgeselecteerd worden, tenzij ik zo vervelend word dat coaches het voor gezien houden.’’

Hamburger, die acht uur per week als adviseur bij het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondsheidszorg (CBO) werkt, kiest ook de buitenlandse trainingskampen van de roeibond zorgvuldig uit. ,,Als ik met de bondsselectie meega, moet ik goede afspraken maken. Een skiff is rank en daardoor gevoelig voor golven. Als de vier zonder stuurman en de mannenacht besluiten op een groot meer in Italië te trainen, is dat voor mij zinloos. Doordat ik alleen ben, kan ik het seizoen voor mezelf optimaliseren. De flexibiliteit is het voordeel van een skiffeur in een klein roeiland.’’

Hamburger verblijft sinds vorige week met de voltallige Nederlandse roei-equipe in Zuid-Korea. Voor vertrek naar het trainingskamp rondde hij zijn sollicitatie af voor de universiteit van Oxford. Hij hoopt op deelname aan de prestigieuze Boat Race tegen de universiteit van Cambridge, maar vooral op een master’s. ,,Ik heb allerlei stukken ingeleverd, met liegen en lanterfanten kom je daar echt niet binnen’’, weet Hamburger. ,,Niet voor niets bestaat de begeleiding van roei-equipes uit artsen, economen en advocaten. Ik wil niet naar Oxford om alleen even lekker te roeien.’’

Deel 10 in een serie olympische portretten. Lees vorige delen op nrc.nl/olympiërs