Duwtje in de rug voor starter

Bij futuretoernooien en challengers zijn voor beginnende proftennissers veel punten te winnen.

En bij toernooien in eigen land besparen ze ook kosten.

Robin Haase kan het zich nog precies herinneren: het toernooi waar hij zijn eerste punt voor de wereldranglijst verdiende. „Dat was in Enschede, tegen Martijn van Haasteren, in drie sets.” Nederlands beste tennisser kwam het futuretoernooi vier jaar geleden met een wildcard binnen als nummer 1.325 van de wereld. Nu vindt hij zijn naam terug op plaats 68.

Haase is toernooien als het Twents Open inmiddels ontgroeid. Maar voor beginnende tennissers zijn ze volgens de 21-jarige Hagenaar het duwtje in de rug. „In eigen land krijg je sneller een wildcard toegewezen. En je bespaart veel kosten aan hotels en vliegreizen – dat kan nogal in de papieren lopen. In de eerste jaren van mijn tenniscarrière heb ik via Nederlandse futures en challengers (een stapje hoger in de tennisrangorde) heel wat punten voor de ranglijst bij elkaar gesprokkeld.”

De Nederlandse tennisbond KNLTB werkt al vier jaar aan wat „een evenwichtige kalender” voor beginnende proftennissers wordt genoemd. „Als het aan ons ligt, kunnen zij het hele seizoen challengers en futures in Nederland spelen”, zegt Marc Wolfertz, manager toptennis. „Maar ja, dat soort toernooien stamp je niet een-twee-drie uit de grond. Het moet allemaal in de tenniskalender van de internationale tennisfederatie ITF passen. En tegenwoordig is het niet meer zo makkelijk om een gaatje te vinden.”

Deze zomer zijn er in Nederland vijf futures, toernooien met prijzengeld van in totaal tien- tot vijftienduizend dollar (ongeveer 6.300 tot 9.500 euro). Drie – in Apeldoorn, Alkmaar en Breda – zijn er nu gespeeld. Voor volgende maand staan Enschede en Vlaardingen op het programma. Daarnaast worden er ook twee goed gedoteerde challengers in Nederland gespeeld: in Alphen aan den Rijn (in totaal 25.000 dollar bij de vrouwen, in totaal 50.000 dollar bij de mannen) en Scheveningen (alleen mannen, prijzengeld in totaal 100.000 dollar). Wie het circuit van de challengers en futures is ontgroeid, kan ook nog op de ATP-toernooien in Rosmalen, Amersfoort en Rotterdam terecht.

Hoe belangrijk het winnen van een challenger kan zijn, merkte Jesse Huta Galung, die eerder deze maand ‘Scheveningen’ op zijn naam schreef. De 22-jarige tennisser uit Limburg klom in de week erna 25 plaatsen op de wereldranglijst en won bijna 15.000 dollar aan prijzengeld. „Een flinke opsteker”, zegt Huta Galung, die met landgenoot Igor Sijsling in de finale van het dubbelspel op de Dutch Open in Amersfoort stond.

De Nederlander was verbaasd over het aantal punten dat hij met zijn titel in Scheveningen verdiende. „Nog meer dan bij de halve finale van een klein ATP-toernooi”, jubelt hij. Waar Huta Galung bij een challenger in een ver buitenland veel reis- en overnachtingskosten zou hebben gemaakt, kon hij met zijn nieuwe coach Sjeng Schalken nu thuis slapen. „En het was ook heerlijk om voor eigen publiek te spelen”, zegt de nummer 146 van de wereld. „Tijdens de finale zat het stampvol. Dat heb ik zelfs bij mijn grandslamdebuut [op Roland Garros eerder dit jaar, red.] niet meegemaakt.”

Zodra er een Nederlander in de finale van een klein proftoernooi staat, stromen de bezoekers toe. „Toen Robin Haase twee jaar geleden in de eindstrijd stond, zaten er ruim duizend mensen op de tribune”, vertelt Jørgen van Rijn, toernooimanager in Vlaardingen. Het inspireerde hem om te ijveren voor een hogere status bij de internationale tennisfederatie. Met succes. Begin dit jaar kreeg Van Rijn toestemming het vrouwentoernooi op te waarderen naar een challenger met 25.000 dollar aan prijzengeld. Bij de mannen blijft de status ongewijzigd: een 15.000 dollar future.

Maar het is niet alleen goud dat er blinkt, onderstreept de man die vorig jaar een future in Apeldoorn lanceerde. „De finale, waarin onze landgenoot Thiemo de Bakker van de Fransman Stephane Robert won, werd druk bezocht”, zegt Joost van Wijk. „Maar doordeweeks was het een stuk rustiger. Je kunt zo’n toernooi alleen kostendekkend maken als je er van alles omheen organiseert.”

Zo gaven Raemon Sluiter en John van Lottum een clinic op het tennispark. En konden spelers in Apeldoorn vorig jaar een poging doen om het record van de langste enkelpartij in de geschiedenis van het toptennis te verbeteren. De lokale grootheden Erik Agterhuis en Thom van der Wiel hielden het 27 uur en één minuut vol. En vinden daardoor in de volgende editie van het Guiness Book of Records hun naam terug. „Het blijft een uitdaging om bezoekers te trekken als er geen toptienspeler op je deelnemerslijst staat”, aldus Van Wijk. „Maar ik verveel me geen moment.”