Citigroup tijdelijk iets uit de wind

Een jaar geleden maakte de weggestuurde Citigroup-topman Chuck Prince zijn berucht slecht getimede opmerking dat de bank graag naar de pijpen van de kredietmarkten danste.

Twaalf maanden later worstelt zijn opvolger Vikram Pandit nog steeds met de gevolgen: Citigroup meldde een verlies over het tweede kwartaal van 2,5 miljard dollar (1,6 miljard euro). Dat is niet iets om over te juichen. Toch verschaffen de resultaten Pandit wel enige ademruimte.

Het verlies was minder groot dan de bijna 4 miljard dollar waar analisten bang voor waren, en de aandelenkoers van Citigroup maakte na het bekend worden van het nieuws dan ook een sprongetje van wel 10 procent.

Maar er is ook wel enige reden voor euforie. De kernomzet over de eerste helft van dit jaar viel met 51 miljard dollar (32,1 miljard euro) net iets lager uit dan het record van vorig jaar. En Citigroup boekte enige vooruitgang ten aanzien van een aantal van Pandits doelstellingen, door zo’n 65 miljard dollar aan bezittingen af te stoten van de 400 miljard dollar die Pandit een paar maanden geleden had bestempeld als ‘niet tot de kernactiviteiten behorend’. Dat heeft geholpen het rendement op de bezittingen op te krikken.

De doelmatigheid is ook verbeterd – de winstgevendheid per werknemer is dit kwartaal met 8 procent gestegen, grotendeels dankzij het ontslag van 13.000 personeelsleden. Er is zelfs een lichtpuntje te ontwaren tussen alle hypotheekgerelateerde afschrijvingen: er zijn nog steeds geen kredietverliezen geleden op de 24 miljard dollar (15,1 miljard euro) aan ‘commercial paper’ die als dekking fungeert voor de grotendeels van vóór 2006 daterende hypotheekobligaties, waardoor de bank volgend jaar misschien een deel van de voorziening van 42 procent die zij had getroffen, kan herzien.

Bovendien heeft Pandit de balans van Citigroup geschraagd – het kernkapitaal staat nu op 8,7 procent en zou zelfs de 9,3 procent hebben bereikt, als de verkoop van zijn Duitse dochter, die in het vierde kwartaal moet worden afgerond, zou zijn meegeteld.

Daardoor heeft Pandit steviger grond onder de voeten dan John Thain. De topman van Merrill Lynch moest voorheen ‘heilige’ bezittingen verkopen, waaronder het belang van 20 procent van de bank in Bloomberg. Hoewel dat het kernkapitaal op 9,5 procent zou moeten brengen, heeft Merrill Lynch veel minder manoeuvreerruimte om verliezen op te vangen, en zal de firma wellicht – anders dan Citigroup – nog meer van het familiezilver moeten verkopen.

Pandit hoeft echter nog niet te veel schouderklopjes te krijgen. Een verlies is nog steeds een verlies, en een verslechterende economie zou de pijn van Citigroup kunnen verlengen – hoewel de bank nu wel over een kredietreserve van 22 miljard dollar (13,9 miljard euro) beschikt. En – hoe dan ook – als er eenmaal is afgerekend met de verliezen van het voorgaande regime, zal Pandit voor een nieuwe uitdaging komen te staan: het bewijs leveren dat er waarde kan worden ontleend aan het onder één paraplu houden van Citgroups uitgebreide activiteitenpakket.

Antony Currie