Twee ons keurmerk

De vleeseter is kritischer dan ooit. Keurmerken moeten uitkomst bieden.

Met de recente publicatie The shameless carnivore zou in New Yorkse kringen een nieuwe trend geboren zijn. Vlees eten wordt weer hip, claimt auteur Scott Gold. De nieuwe genietende carnivoor is in opkomst en schudt verwijten uit vegetarische kringen achteloos van zich af. Gold pocht dat hij graag gefrituurde cavia eet of een complete kip op een stokje.

In Nederland is van zulk schaamteloos vlees eten nog geen sprake. Wijs geworden door opeenvolgende rampen bij veehouders en in de vleesverwerkende industrie, is men hier kritischer dan ooit. Dat blijkt tenminste als je het aanbod in de supermarkt vergelijkt met dat van vijf jaar geleden. In een winkel als Albert Heijn is ruim de helft van het vlees nu ‘biologisch’. Achterop de verpakkingen staat de herkomst en soms de verwijzing naar een website die je een kijkje in de boerderij gunt. Het aantal keurmerken is inmiddels enorm.

‘Biologisch’ is een van de vele keurmerken die het vertrouwen van de consument moet wekken. „Aanduidingen als bio, biologisch geproduceerd, eco, eko, organic, ecologisch en het EKO-keurmerk zijn aan wettelijke regels gebonden en worden alleen toegestaan wanneer het productieproces en de producten zijn gecertificeerd”, vertelt Chris Maan van Skal (Stichting Keurmerk Alternatieve Landbouwproducten) die namens de overheid inspecties uitvoert en bio-bedrijven certificeert.

Een waslijst van voorschriften voor de boer is te vinden op www.skal.nl. Maar welk bio-keurmerk moet je kiezen? Eco, eko, organic of ecologisch? „Die aanduidingen zijn voor de wet hetzelfde. De productie moet vanaf de grond tot de mond voldoen aan onze biologische eisen. Eigenlijk zijn al die predicaten dus hetzelfde”, zegt Chris Maan.

Behalve keurmerken voor biologisch vlees zijn er echter ook keurmerken voor gewoon of ‘gangbaar’ vlees, zoals dat in vaktermen heet. Dat maakt de verwarring niet minder. Zo zijn er bijvoorbeeld de keurmerken Porc d’Or, Demeter, Friander, Milieukeurmerk, Erkend Streekproduct of Waterland Keurmerk.

Woordvoerder Pascalle de Ruyter van Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) verwijst naar de site www.voedingscentrum.nl, waar onder de knop ‘eten&herkomst’ lange overzichten met allerlei vleeskeurmerken staan. „Ik kan mij voorstellen dat de consument door de bomen het bos niet meer ziet.”

Om aan de verwarring te ontsnappen, lanceren vleesproducenten nu steeds vaker eigen merken. Met een vleesmerk als Greenfield, KellyBronze of Peter’s Farm kun je een eigen verhaal vertellen over herkomst en bereiding. Zo’n merknaam klinkt exclusief, dus je kunt er meer geld voor vragen. En niemand anders mag er goede sier mee maken.

„Er is in de vleessector een trend gaande richting onderscheidende consumentenconcepten”, bevestigt marketing manager Raymond Valk van vleesproducent Weyl Beef. „Daarom hebben wij ook Weylander in de markt gezet. Het is een nieuw Europees merk dat een complete lijn malse premium rundvleesproducten omvat.”

Voor het merk Weylander selecteert Weyl Beef volgens Valk zijn beste vlees. Door ‘rijping, injecteren en vermalsen’ krijgt het een extra kwaliteitsimpuls. Dan wordt het aantrekkelijk verpakt en verkocht via inmiddels 120 supermarkten. Weylander wordt volgens Valk ‘diervriendelijk’ geproduceerd en er worden voor het merk geen onnodige transportkilometers gemaakt. „Waarmee de CO2-uitstoot beperkt wordt.”

Dergelijke toegevoegde waarde wil ook het merkkalfsvlees van producent VanDrie Group bieden. Carnivoren op intercontinentale vluchten van de KLM krijgen naast hun bordje met ‘scaloppine al limone’ tegenwoordig een folder over de verantwoorde werkwijze van VanDrie uitgereikt. „Ik vind dat heel belangrijk, omdat we de consumenten moeten laten zien wat we doen en hoe we het doen”, zei directeur Henny Swinkels hierover eind maart op het Nationale Vleescongres ‘Meat the Future’. Volgens Swinkels zal de consument in de toekomst namelijk gaan bepalen hoe vleesbedrijven maatschappelijk verantwoord gaan ondernemen.

„Allemaal leuk en aardig dat er steeds biologischer en verantwoorder merkvlees in Nederland wordt gegeten”, reageert marketingexpert Jan Rijkenberg, die met zijn bureau BSUR veel voedselmerken adviseert, „maar het zal nog wel even duren voordat de portemonnee van Jan Modaal aan deze nieuwe statuscultuur kan meedoen. Want dat merkkipfiletje van de volledig in de natuur rondlopende kip dat ik vorige week bij Albert Heijn zag, was wel drie keer duurder dan de ‘waterkip’ ernaast. Die kiloknaller-cultuur doorbreek je niet zomaar.”