Topmannen moeten eerlijker worden

Het buffet is geopend. De topmannen van de banken zouden zich vrij moeten voelen om zich tegoed te doen aan royale porties van de hoopvolle woorden die zij de afgelopen paar maanden zelf hebben geuit. Het gerecht is overal hetzelfde, maar wordt in een verscheidenheid aan smaken opgediend.

Dick Fuld van Lehman Brothers zei dat het ergste van de crisis „achter ons” lag. Jamie Dimon van JP Morgan opperde dat de onrust „voor 75 tot 80 procent” voorbij was. Blankfein van Goldman Sachs dacht dat het in het derde of uiterlijk aan het begin van het vierde kwartaal wel weer beter zou gaan, terwijl John Mack van Morgan Stanley meende dat „de wedstrijd zijn laatste fase is ingegaan.”

De optimistische woorden kunnen bedoeld zijn geweest om politici stroop om de mond te smeren en beleggers kalm te houden. Maar nu er opnieuw een kwartaal met slechte cijfers uit de bus is gerold en de sombere economische berichten aanhouden, hebben de topmannen en andere kopstukken uit de financiële sector weinig andere opties dan de werkelijkheid onder ogen te zien. Het grote terugkrabbelen is feitelijk al begonnen. Dimon is bijvoorbeeld met een paar onheilspellende verhalen over hypotheekverliezen en de kapitaalmarkten gekomen na op 17 juli een winstval van 50 procent te hebben moeten bekendmaken.

Maar nog niet iedereen is bereid om door het stof te gaan. Josef Ackermann, de topman van Deutsche Bank, klinkt nog steeds optimistisch ondanks het feit dat hij zijn retoriek kruidde met enige zorg over de economie. Begin mei zei hij dat we aan „het begin van het einde” van de crisis zijn gekomen – destijds een populaire uitspraak onder banktopmannen. Ackermann gebruikte op 17 juli echter precies dezelfde bewoordingen. Dat lijkt te duiden op een nogal onoprecht enthousiasme.

Het punt is dat er weinig te winnen is bij het voorspellen van het einde van de crisis, in het bijzonder als niemand het eigenlijk weet. Uiteraard lijkt er ook weinig te verliezen. Maar een firma die een notering heeft op de Londense beurs voor het midden- en kleinbedrijf AIM kreeg onlangs een boete van 75000 pond wegens het afleggen van „onrealisisch optimistische verklaringen.” Meer straffen van dit kaliber kunnen banktopmannen ertoe dwingen zich te beperken tot een gezonder dieet van correct taalgebruik.

Jeffrey Goldfarb