Stem van de Tour, vriend van de fans

Die ronkende mannenstem aan de finish. Voor tv- kijkers een vertrouwd geluid zonder naam. In Frankrijk is Daniel Mangeas wereldberoemd.

„En hier is Marco Velo! Jaaaa, met zo’n naam kan je natuurlijk geen voetballer worden. Veeeloooo! Oud Italiaans kampioen tijdrijden! Etappewinnaar in de Ronde van Trentino! Winnaar van de Grote Prijs Wilhelm Tell! Marco Velo dames en heren, uw applaus voor deze sympathieke renner van team Milram! En hier komt Rémy di Gregorio de trap op, onze Franse held van de etappe naar Hautacam op 14 juli!”

En zo gaat hij twee uur lang enthousiast door, de speaker van de Tour de France. Drie weken lang. Iedere ochtend dezelfde grapjes over dezelfde renners die nog steeds over dezelfde palmares als een dag eerder blijken te beschikken. Maar de 59-jarige Daniel Mangeas kan er maar geen genoeg van krijgen. Al 35 jaar lang niet. Sinds 1976 is hij de vaste omroeper van de Tour de France.

Jaarlijks becommentarieert hij aan de start en vervolgens de finish tweehonderd wielerwedstrijden, meer dan de renners kunnen fietsen. De Tour blijft zijn jaarlijkse ‘moment de gloire’. En Mangeas vindt het nog steeds leuk. „Ik heb dit nog nooit een dag als werk ervaren. Ik houd van het contact met mensen, met de wielerliefhebbers. En ik mag ze toespreken tijdens het grootste wielerfeest van het jaar. Daardoor blijft die passie voor de sport.”

Zijn eerste vier woordjes waren: maman, papa, Robic, Bobet, naar de vier helden uit zijn prille jeugd. Zo staat het in zijn amusant geschreven autobiografie, deze zomer het best verkopende sportboek in Frankrijk. Vivement le Tour! (met uitroepteken!) heeft alleen wat concurrentie te dulden van het boek van zwemster Laure Manaudou, maar dat is volgens Mangeas best te begrijpen. „In het boek van Laura staan prachtige foto’s, ik moet het hebben van het voorwoord van Michel Drucker.” Drucker is zo’n beetje de bekendste tv-figuur van Frankrijk, gastheer bij sport en variétéprogramma’s, Ivo Niehe en Mart Smeets in één persoon.

Maar Mangeas heeft Drucker niet nodig om zijn boek te verkopen. Ook hij is in Frankrijk een beroemdheid. De stem van de Tour is een veelgevraagde gast in talkshows op tv en radio, schrijver van columns in regionale kranten. Soms is hij zelf onderwerp van debat: of zijn aanpak op het podium wel kritisch genoeg is. Mangeas begrijpt de kritiek, maar vindt haar onterecht. Hij is geen journalist, geen kritisch volger van de Tour, zegt hij zelf. Hij is animator, onderdeel van het geheel, vertolker van de stem des volks op het podium. „Als ik het enthousiasme voel als een minder bekende renner als Di Gregorio het podium opkomt, of een favoriet als Cadel Evans of Dennis Mentsjov, dan gaat mijn stem ook wat hoger. Als ik het wantrouwen voel, zoals bij Michael Rasmussen vorig jaar of Riccardo Ricco dit jaar, dan temper ik wat. Dat is mijn rol op dat platform”, vindt Mangeas.

Want Mangeas werkt voor ‘La Société.’ Daarmee bedoelt hij La Société du Tour de France. Ook al heet de organisatie van de zwaarste wielerwedstrijd van het jaar al enkele jaren Amaury Sport Organisation (ASO), Mangeas heeft het nog steeds over ‘La Société’. Er weerklinkt liefde als hij dat woord in de mond neemt. En zo is het ook bedoeld. Dankzij het wielrennen en de Tour heeft zijn leven zin, zegt hij zelf. Al zijn vrienden heeft hij te danken aan ‘le vélo’, en als hij klinkt met een glas water („bier of wijn is tijdens deze weken slecht voor mijn stem”) is het op ‘le vélo et l’amitié’, het wielrennen en de vriendschap.

Zes was hij toen hij voor het eerst commentator speelde. Een plastic buisje deed dienst als microfoon. Zijn jongere broer Hervé was zijn publiek. Uiteraard was hij het liefste renner geworden. Een enkele keer schrikt hij ’s nachts wakker, badend in het zweet, dan heeft hij in het geel de rit naar Alpe d’Huez gewonnen. Drie keer deed hij mee aan een wedstrijd bij de amateurs, maar hij ontdekte al snel dat hij geen winnaar was. Hij verliet school op zijn veertiende en ging in het verre Parijs aan de slag als bakkersknecht, want zijn moeder wilde niet dat hij net als zijn vader metselaar werd, daar kreeg je maar ruwe handen van.

Henri Pigeon, de kroegbaas van Café des Sports in het dorp in Normandië waar Mangeas opgroeide, vroeg in 1965 of hij geen interesse had om de lokale koers van Saint-Martin-de-Landelles te becommentariëren. Pigeon vond tien middenstanders bereid om elk tien francs te betalen aan Mangeas. Het werd een loon van 90 francs, want één dorpsgenoot bleek wat gierig, schrijft Mangeas in zijn boek. Toch bleek het de opmaat naar een carrière als professioneel speaker bij wielerwedstrijden. Vanuit Parijs trok hij in de weekeindes naar Normandië en Bretagne. Jacques Goddet, toenmalig directeur van de Tour, hoorde hem tijdens een van die wedstrijden, haalde hem in 1974 als invaller naar de Tour en twee jaar later werd Mangeas de vaste stem van de Ronde van Frankrijk.

Al die jaren is Mangeas op dezelfde manier blijven werken: het internet is aan hem niet besteed. Iedere dag pluist hij zijn kranten uit op zoek naar uitslagen, vult zijn schriftjes aan en leert de uitslagen uit het hoofd. Renner per renner. Hij kan het alleen per renner. „Vraag me nooit naar de winnaars van een bepaalde koers, ik weet het echt niet. Maar zeg ‘Peter van Petegem’ en ik zeg: winnaar van Het Volk in ’97 en ’98, winnaar van de Ronde van Vlaanderen in 1999 en 2003, in dat jaar ook winnaar van Parijs-Roubaix. En tijdens de Tour zeg ik er zeker bij: tweede in een etappe in Parijs-Nice in 2001.” Mangeas lacht tevreden. Hij weet dat het klopt.

Over iedere renner weet hij iets leuks te vertellen. Dat vinden de renners fijn. Sommigen worden vrienden, zoals de Bretoen Bernard Hinault. „Ik heb maar één keer een krop in de keel gehad tijdens een wedstrijd, en dat was bij zijn afscheid.” Maar zijn echte vrienden zijn de wielerfans. „Dat zijn echte, oprechte mensen. Bij hen voel ik me altijd thuis.”