Rabarber-aardbeisorbet

Voor circa 1,5 liter350 gr dunne stengels rabarber180 gr kristalsuiker300 gr verse aardbeien1 tl vers citroensap

Eindelijk heb ik een manier gevonden om een rabarber-aardbeiensorbet te maken die net zo lekker is als de sorbet die mijn broer lang geleden eens maakte. Alle kinderen en kleinkinderen waren naar mijn ouders gereisd voor een week in de zomervakantie. Mijn broer had een spiksplinternieuwe roomijsmachine meegenomen en was er reuze trots op. Hij zou voor ons allemaal ijs gaan maken. Twintig jaar geleden was dat een hele onderneming, want je moest de dubbele wand van de ijsmachine vullen met een mengsel van grof zout en vergruisd ijs en dan het ijs met de hand draaien. Na een hoop gehannes (mijn moeders keuken zag eruit als een slagveld) wist hij een overheerlijke rabarber-aardbeiensorbet te serveren. Gelukkig zijn de ijsmachines nu gebruiksvriendelijker, zodat we zonder problemen heerlijk ijs en sorbets kunnen maken.

Snijd de stengels rabarber in stukjes van 1 centimeter. Doe ze in een zuurbestendige pan en schep ze om met 1,5 deciliter water en de suiker. Breng het mengsel onder af en toe roeren op middelhoog vuur aan de kook. Draai het vuur laag en leg er het deksel op. Laat circa 5 minuten sudderen tot de rabarber gaar is. Neem de pan van het vuur en laat het mengsel tot kamertemperatuur afkoelen.

Spoel de aardbeien onder de koude kraan en verwijder de kroontjes. Snijd de aardbeien doormidden en doe ze in een blender. Voeg het afgekoelde rabarbermengsel en citroensap toe en draai alles tot een puree. De puree hoeft niet volkomen glad te zijn. Doe het mengsel over in een kom, dek af en zet in de koelkast tot het door en door koud is.

Giet het mengsel in de kom van een ijsmachine en draai volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Let op de maximumhoeveelheid die in uw machine past, draai het mengsel liever in twee porties tot sorbet.

Schep de sorbet over in een diepvriesbakje en bewaar in het vriesvak. Zet de sorbet circa 30 minuten voor het serveren in de koelkast, zodat hij makkelijk in bolletjes op te scheppen is.

KIM MACLEAN