Pirahãstam heeft toch een beetje besef van aantal

De Pirahã, een stam van jagers en verzamelaars in het Amazonegebied, kunnen door het beperkte aantal telwoorden in hun taal geen precieze hoeveelheden onthouden. Maar nu blijkt dat zij wel een gevoel hebben voor exacte hoeveelheden. In tests konden zij nagenoeg foutloos rijtjes met klosjes touw met exact hetzelfde aantal onopgeblazen ballonetjes naleggen. Zodra de klosjes uit zicht waren, lukte het niet meer.

In eerder onderzoek lukte het de Pirahã helemaal niet om eenvoudige telopdrachtjes te maken. Zij konden toen niet naast een rij batterijen een precies gelijk aantal batterijen neerleggen. Nu het onderzoek opnieuw is gedaan, met voorwerpen die niet weg kunnen rollen, blijken ze het toch te kunnen (Cognition, 10 juli).

De Britse linguïst Peter Gordon rapporteerde in 2004 in Science dat de Pirahã een zeer beperkt aantal telwoorden gebruiken: alleen het woord hoi, met dalende en stijgende toon, om respectievelijk hoeveelheden van één of twee aan te duiden, en de woorden baagiso of aibaagi voor ‘veel’. Dit gebrekkig numerieke inzicht zou er volgens hem toe leiden dat de Pirahã steeds benadeeld werden in hun ruiltransacties met Brazilianen. Maar de Amerikaanse taalonderzoeker Daniel Everett, die vele jaren onder de Pirahã heeft geleefd en voor Gordon tolkte, heeft altijd gezegd dat dit te maken heeft met de culturele achtergrond van de Pirahã. Zij zouden eenvoudigweg niet geïnteresseerd zijn in de geruilde objecten; zo merkte hij dat zij een geruild kapmes na een dag al weer ergens lieten slingeren. In tegenstelling tot Gordon meent Everett dat taal bepaald wordt door cultuur en niet andersom.

Nu hebben andere linguïsten samen met Everett het onderzoek nog eens overgedaan. Ze concluderen dat de Pirahã begrijpen dat het gaat om het neerleggen van een exact aantal voorwerpen, niet meer of minder, en dus om méér dan alleen maar het nadoen van het neerleggen. Hilde van Halm