Opkikkersoep

Comfort food zijn de gerechten waarmee we onszelf troosten als we verdrietig zijn. Vandaag het troostrecept van Miguel Brugman, kok van cateringbedrijf Rouwkost, voor goed eten na het sterven.

‘Over Joodse Kippensoep wordt wel gezegd dat het penicilline voor de ziel is. Dat is deze soep voor mij: de ultieme troost. Het versterkt, geeft kracht, kikkert je op. Ook een ideaal gerecht als je een kater hebt, alle zouten worden weer aangevuld. Je voelt je meteen beter.

De soep van je moeder is altijd het lekkerst. Eerst is er borstvoeding, daarna is er soep. Mijn moeder is half Indisch, mijn vader is Nederlands. Hij was zeeman op de grote vaart en aan boord waren er vaak Chinese scheepskoks. Hij nam dus ook allerlei exotische eetinvloeden mee naar huis. We aten zowel Nederlands als Indisch. Door de erwtensoep ging vroeger bij ons thuis steevast een lepel rijst en een lepel sambal en dat doe ik nu nog steeds.

Als ik cater na een uitvaart probeer ik goed in te schatten wat voor soort gerechten op prijs gesteld zullen worden. Ik maak deze Soto Ayam ook wel eens, maar als mensen liever tomatensoep met balletjes willen, is dat natuurlijk prima. Een rouwperiode is niet een geschikt moment om te gaan experimenteren op eetgebied.

Meestal willen mensen geen diner, geen gedekte tafel. Ze willen een beetje rondlopen, met iedereen praten. Soep is dan ideaal. Je ziet ook vaak dat mensen behoefte hebben zich even terug te trekken. Dan zit er opeens iemand in de keuken bij te komen met een bordje op schoot.

Eten kan een snaar raken, net als muziek dat kan. Als ik deze soep eet, denk ik altijd aan vroeger. Eten was bij ons thuis heel belangrijk. Als we familiefeesten hadden, nam iedereen wat mee, alle tantes hadden hun eigen specialiteit.

In mijn vroegste jeugdherinneringen sta ik in de keuken met mijn overgrootmoeder, een grote Ambonese vrouw. Zij achter het fornuis en ik hangend aan haar rok. Ik moet een jaar of drie geweest zijn. Ze liet me alles proeven. De warmte van die keuken. Mijn tantes die zaten te praten en te lachen. Later toen ik groter was, werd ik ook altijd naar de keuken gestuurd om mee te helpen. Hoppetee, handen wassen en sateetjes rijgen. Ik heb daar veel geleerd, in die keuken.

Vaak als je op een kerstdiner komt, is alles klaar en is de gastvrouw of -heer volledig uitgeput. Terwijl het zo ontzettend leuk is, om het sámen te doen. En tijdens het hakken en snijden praat je veel gemakkelijker dan als je in je mooie kerstpak tegenover elkaar op de bank gaat zitten. Dan krijg je direct iets stijfs, iets onnatuurlijks; zo van, nou, waar zullen we het eens over hebben?”

Roos Ouwehand

Wat is uw troostgerecht en waarom? Discussieer mee op nrc.nl/troosteten